Mobiel Vlaanderen

Trams kunnen minuten tijdswinst boeken. Doorstromingsmaatregelen ook gunstig voor autoverkeer



BRON : Kabinet van Kathleen Van Brempt, Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen
DATUM : 20-09-2008
TEKST : Doorstromingsmaatregelen kunnen er voor zorgen dat de ritduur van tramlijnen minuten korter wordt. Dat blijkt uit een studie van tramlijn 15 (Antwerpen-Mortsel) in opdracht Vlaams minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt. Door een combinatie van maatregelen zoals het aanpassen van de verkeerslichten, het sneller openen en sluiten van de deuren, het verplaatsen of wegnemen van (overbodige) wissels en het sneller rijden in een deel van de prémetrotunnels kan er heel wat verliestijd worden goedgemaakt. Opvalllende vaststelling in de studie is dat de doorstromingsmaatregelen niet alleen goed zijn voor het tramverkeer, maar ook een gunstig effect kunnen hebben voor de doorstroming van het autoverkeer. Tegen het einde van het jaar komt er een proefopstelling met verkeerslichten op het traject van de 15 in Mortsel. In de rest van Vlaanderen zijn al 25 assen geselecteerd waar men de optimale afstemming van de verkeerslichten onderzoekt.

Tram 15: mogelijk 7 minuten tijdswinst per rit

De studie onderzocht verliestijden en mogelijke verbeteringen van de doorstroming op tramlijn 15 tussen Mortsel en Antwerpen. Een rit van Mortsel naar Antwerpen duurt gemiddeld ongeveer 30 minuten (een beetje korter in de daluren, een beetje langer in de spits). Als je alle vertragingen zou wegwerken, duurt de rit gemiddeld 7 minuten korter. Dat is dus een kwart sneller.

Maatregelen voor betere doorstroming

Om de vastgestelde verliestijden tegen te gaan reikt de studie een waaier van maatregelen aan. Enkele van de belangrijkste:
  • Verkeerslichtenregeling op maat. Door te zorgen voor een verkeerslichtenregeling op maat zal de doorstroming van het tramverkeer als van het autoverkeer vlotter verlopen.
  • Een snellere deuropening. Door enkele veranderingen aan het deurmechanisme, kan het openen en sluiten van de deuren sneller gebeuren. Zonder de veiligheid te verminderen, kan hierdoor 2 seconden winst worden geboekt per haltering. Dat betekent een winst van 50 seconden over het ganse project.
  • Tweede tram aan perrons. Aan ondergrondse perrons is er voldoende plaats om twee trams gelijktijdig te laten halteren. Vandaag gebeurt dit niet en kunnen reizigers enkel opstappen in de voorste tram.
  • Wegnemen overbodige wissels. Een tram moet vertragen bij passage van een wissel. Op het bestudeerde traject liggen wissels en uitwijksporen die kunnen verlegd worden naar plaatsen waar reeds omwille van andere veiligheidsredenen vertraagd moet worden.
  • Trams sneller laten rijden in premetro. Het verhogen van de toegelaten snelheid zorgt uiteraard ook voor tijdswinst. Dit kan enkel voor zover de verkeersveiligheid daardoor niet in het gedrang komt. In delen van de premetrotunnel bijvoorbeeld.
Winst voor de tram, maar ook voor de auto

De assen Antwerpsestraat (Mortsel) en Belgiëlei werden in detail onderzocht en wat blijkt: door de maatregelen gaat niet alleen de tram sneller , maar er is ook een positief effect voor het autoverkeer.

Aan het kruispunt van het Gemeenteplein in Mortsel bijvoorbeeld, waar twee wegen richting Lier en Mechelen samenkomen. Daar komen teveel auto’s toe op hetzelfde moment. Door het trechtereffect geraken die niet vlot voorbij dat punt. Door ervoor te zorgen dat de lichten richting Lier (N10) en richting Mechelen (N1) iets minder groen zijn, worden het aantal auto’s dat passeert afgestemd op de capaciteit van het kruispunt N1 en N10 en wordt de “flow” aan het kruispunt beter . Aan dat kruispunt kan je dan groen geven voor trams én voor auto’s en een groene golf beginnen richting Antwerpen. De flow van verkeer wordt zo veel beter met goed resultaat voor tram én auto.

Proefopstelling in Mortsel

De plaatsinge van een proefopstelling met verkeerslichten in Mortsel wordt momenteel voorbereid om zo de theorie aan de praktijk te toetsen. Als dit goed gaat, kan de nieuwe regeling permanent in gebruik gesteld worden bij de realisatie van de tramverlenging naar Boechout.

Studie toepassen in de rest van Vlaanderen

Het is de bedoeling om de resultaten en de methode van de studie ook op andere tramlijnen in Vlaanderen toe te passen. Heel wat van de maatregelen uit de studie, zoals bijvoorbeeld het optimaliseren van het deurmechanisme, zijn toepasbaar op alle lijnen. Daarnaast zijn er al 25 assen geselecteerd waar men, per traject, bekijkt hoe er tijd kan worden gewonnen. De lijst vindt u als bijlage.



Persinfo:
Sara Vercauteren, woordvoerster van Kathleen Van Brempt
e-mail: sara.vercauteren@vlaanderen.be, 0495-21.56.69
www.kathleenvanbrempt.be



Link :Lijst 25 vervoerassen (.doc, 47 kB)