Mobiel Vlaanderen

Van Brempt schort biodiesel bij De Lijn op



BRON : Kabinet van Kathleen Van Brempt, Vlaams minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen
DATUM : 22-05-2008
TEKST : Sinds enige tijd rijden de bussen van De Lijn op klassieke diesel waarbij een deel biobrandstof is bijgemengd (een 3-tal % gemiddeld). Het is één van de manieren waarop De Lijn tracht een voortrekkersrol op zich te nemen op het vlak van milieu en klimaat. Gegeven alle berichten en rapporten over de negatieve impact van de biobrandstoffenmarkt op de voedselprijzen en het milieu en de afwezigheid van duidelijke duurzaamheidscriteria die bovendien afdwingbaar en herkenbaar zijn (certificaten), heeft minister Van Brempt beslist tot nader order het gebruik van biodiesel te schrappen.

Eén van de basisbegrippen van duurzame ontwikkeling is het voorzorgsprincipe. “Zolang de Europese Commissie geen duidelijke duurzaamheidscriteria vastlegt en bovendien er voor zorgt dat die ook certificeerbaar worden, lijkt het me onverantwoord om verder biodiesel te gebruiken. Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat De Lijn brandstof gebruikt waarvoor tropisch regenwoud gekapt is of waarvoor voedselproductie is moeten wijken”, zegt Van Brempt.

Momenteel bezorgt de brandstofleverancier van De Lijn alle diesel met een deel bijgemengde biodiesel, gaande van 2 tot 5% en afhankelijk van de beschikbaarheid van de biocomponent. Gemiddeld kan je stellen dat het voertuigpark op zo’n 3% bijgemengde biodiesel rijdt. De 18 stadsbussen in Leuven rijden al enige tijd op 5% biodiesel, dit werd voor deze 18 bussen al die tijd op constant niveau gehouden om de effecten op de motortechniek en het onderhoud te kunnen monitoren.

“De keuze voor biodiesel was ingegeven vanuit een klimaatbekommernis. Louter voor de luchtkwaliteit is het immers net zo goed, of zelfs beter, om de dieselbussen van roetfilters te voorzien zoals we dat nu reeds doen. De systemen die we nu installeren reduceren roet met 90% en NOx met 80-85%”, aldus Van Brempt. “Als er dan nog eens twijfels ontstaan over het positieve CO2-effect van biodiesel en over de impact op de voedselvoorziening, zie ik niet waarom we het gebruik van biodiesel niet minstens tijdelijk zouden stoppen”.

De afgelopen maanden verschenen diverse vernietigende rapporten over de impact van biobrandstof op de biodiversiteit en de voedselvoorziening in ontwikkelingslanden. Het wetenschappelijk blad Science publiceerde twee rapporten waarin onderzoekers stelden dat biobrandstoffen tot extra CO2-productie leiden. De Europese Commissie voorziet 10% biobrandstof voor transport tegen 2020, maar milieucommissaris Dimas liet inmiddels weten dat de richtlijn misschien moet worden aangepast. Uittredend VN-voedselgezant Ziegler noemde dat EU-besluit onlangs bij zijn afscheid nog “een misdaad tegen de menselijkheid” en ook zijn opvolger De Schutter, afkomstig van de KULeuven, pleitte voor een investeringsstop voor biobrandstoffen van vijf jaar. Schattingen van de VN geven aan dat door de sterk stijgende voedselprijzen, waarvan biobrandstoffen één van de oorzaken is, 100 miljoen mensen geen geld meer hebben om eten te kopen. Greenpeace startte een wereldwijde campagne voor het behoud van het Indonesische regenwoud, dat ondermeer moet wijken voor de productie van palmolie. Aanwijzingen genoeg om het voorzorgsprincipe rigoureus toe te passen.

Duurzaamheidscriteria nodig

Van Brempt schrijft de biobrandstoffen niet helemaal af, maar wil ze kunnen toetsen aan duurzaamheidscriteria. De commissie Cramer die in de Nederlandse Tweede Kamer hier rond werkte, lijstte een aantal criteria op die richtingggevend kunnen zijn: voldoende reductie van broeikasgassen (minstens 50%, inclusief indirecte effecten); geen concurrentie met voedselproductie en lokale toepassing; behoud van biodiversiteit (inclusief indirecte effecten); behoud van milieukwaliteit (bodem, water en lucht) en waterbeschikbaarheid; bijdrage aan de lokale welvaart; bijdrage aan het welzijn van werknemers en de lokale bevolking; verantwoorde landschappelijke inpassing; uitsluiting gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen; ondersteunen en beschermen van cascadering van grondstoffen; certificering volgens volg- en traceersysteem.

Buurland Duitsland heeft sinds 1 januari 2008 criteria voor biobrandstoffen en de Nederlandse milieuminister Cramer en haar collega Koenders, bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking kondigden aan te werken aan criteria die binnen de drie jaar toepasbaar zijn en pleitten voor een versnelde invoering van tweede generatie biobrandstoffen.

Hybride bussen bij De Lijn

Intussen blijft De Lijn wel haar voortrekkersrol op vlak van milieu vervullen. Begin 2009 zullen de eerste hybride bussen beginnen rondrijden. Voor de aankoop van 50 hybride bussen werd er 15,8 miljoen euro voorzien, verspreid over drie jaar. Ondertussen is een eerste bestelling van 35 hybride bussen onderweg, die zullen rondrijden in Gent, Brugge en Leuven. De eersten kunnen begin 2009 ingezet worden.

Hybride bussen zijn zuiniger, stiller en milieuvriendelijker. Een hybride bus werkt met twee motoren: een dieselmotor en een elektrische motor. Door het gebruik van de elektromotor verbruikt de hybride bus minder brandstof en stoot hij dus ook minder schadelijke deeltjes uit. Bovendien is de bus ook zuiniger én stiller omdat de dieselmotor altijd op een lager toerental draait.

Daarnaast wordt de remenergie teruggewonnen. Door een elektronische start/stop regeling wordt de dieselmotor automatisch uitgeschakeld zodra de bus stilstaat bij een verkeerslicht of een halte. De elektromotor doet het voertuig opnieuw starten. Zo maakt de vertrekkende bus minder geluid en verbruikt hij minder. In de stad, waar een bus vaker moet stoppen, is een hybride bus dus extra voordelig. Een hybride bus in de stad verbruikt 25 tot 30% minder brandstof door het gebruik van de elektromotor.



Persinfo:

Sara Vercauteren, woordvoerster - 02-552.63.69 en 0495-21.56.69