Mobiel Vlaanderen
   U bent hier :   Mobiel Vlaanderen >  Persbericht > Zeehavengebied Brugge-Zeebrugge: goedkeuring principes inhoud en afbakening gewestelijk RUP

Zeehavengebied Brugge-Zeebrugge: goedkeuring principes inhoud en afbakening gewestelijk RUP



BRON : Kabinetten van Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur en Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening
DATUM : 22-09-2006
TEKST :
Op voorstel van Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur en Dirk Van Mechelen, Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening heeft de Vlaamse Regering vandaag de principes voor inhoud en afbakening van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Zeehavengebied Brugge-Zeebrugge’ principieel goedgekeurd. Het planprogramma vormt de basis voor de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan voor het zeehavengebied. Het planprogramma legt uit waarom bepaalde gebieden binnen de afbakeningslijn van de zeehaven Brugge-Zeebrugge vallen en geeft een aanzet tot de inhoudelijke omschrijving, wanneer dat mogelijk is.

Het strategisch plan van de haven als basis

Het principieel voorstel van programma voor het RUP van de haven van Brugge-Zeebrugge is gebaseerd op het strategisch plan voor de haven. Dit Strategisch Plan is beschreven in het rapport ‘Strategisch plan voor de haven Brugge-Zeebrugge. Streefbeeld en actieprogramma. Eindrapport - 30 november 2004’.

Inhoudelijke principes van de afbakening van het RUP

De haven Brugge-Zeebrugge positioneert zich als een diepzeehaven met kustligging en bijzondere maritieme toegankelijkheid. De haven streeft naar versterking van haar marktpositie en wil een expansief beleid voeren voor bepaalde kansrijke gespecialiseerde niches (roro-trafieken, containertrafieken, transport van auto's). Daarenboven wil de haven extra aandacht besteden aan het leveren van diensten en activiteiten met een hogere toegevoegde waarde. De voorhaven moet daarom een toekomstgerichte en economisch verantwoorde maritieme toegankelijkheid krijgen. Ook een verbetering van de verbinding met het hinterland via spoor-, het wegen- en het waterwegennet is aan de orde.

Het planprogramma besteedt ruime aandacht aan de leefbaarheid van de omringende dorpen en badplaatsen. De haven van Brugge-Zeebrugge wil zich opstellen als een zichtbare en gastvrije haven. De haven zal op gepaste wijze omgaan met de elementen van de natuurlijke structuur en de ecologische infrastructuur in het zeehavengebied. Ook de milieuhygiëne en de milieuvriendelijkheid vormen belangrijk principes.

Tot slot wil de haven op menselijk vlak een (sociaal) veilige haven zijn.

Visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de haven

Inzake ruimtelijke ontwikkeling wordt gestreefd naar een zuinig en selectief ruimtegebruik dat ook efficiënt en flexibel is. Die visie kan samengevat worden in drie richtlijnen:
  • hogere productiviteit van de bestaande terreinen;
  • supplementaire diepwaterinfrastructuur;
  • afbakening van strategische terreinreserves.
Deze drie elementen zijn bepalend voor het voorstel van afbakeningslijn dat wordt ontwikkeld.

Voorstel en betekenis van de afbakeningslijn

De afbakening van het zeehavengebied geeft uitvoering aan de bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) dat de zeehaven van Brugge-Zeebrugge beschouwt als een belangrijke economische poort voor Vlaanderen. De lijst in bijlage geeft een principieel programma van de in het RUP op te nemen bestemmingswijzigingen. De bijhorende kaart toont de principiële ligging van de afbakeningslijn.

Dankzij de afbakening kan het gebied ook als een zeehavengebied worden beheerd, omdat de afbakeningslijn aangeeft hoe de opties van het havenbeleid kunnen vertaald worden in concrete projecten en initiatieven van verschillende overheden. De afbakeningslijn geeft aan binnen welke ruimte de zeehaven zich in de gewenste richting kan ontwikkelen op gefaseerde en gedifferentieerde wijze.

Dankzij de afbakening kan ook de Maatschappij der Brugse Zeevaartinrichtingen (MBZ) die de haven beheert, zelf een gecoördineerd en toekomstgericht beleid voeren binnen de grenzen van haar havendomein. De opmaak van een afbakeningsRUP is een belangrijke stap vooruit naar de realisatie van een groot aantal concrete projecten die de verdere groei van de haven moeten ondersteunen.

Het RUP neemt alle gebieden op met zeehavengebonden activiteiten en met ontsluitende infrastructuur die past in de gewenste ontwikkeling. Het zal ook zones bevatten met een bufferfunctie waar actieve invulling en beheer vereist is. Bovendien worden ook gebieden afgebakend voor de instandhouding van bestaande natuurwaarden en voor een permanente ecologische infrastructuur in de zeehaven.

In de vermelde gebieden is een wijziging of aanvulling van de plannen van aanleg noodzakelijk, om het gewenste zeehavenbeleid voor de haven van Brugge-Zeebrugge te kunnen voeren en belangrijke projecten voor de ontwikkeling van de zeehaven te kunnen plannen.

Ontwikkeling van projecten in het gebied

- Brugse binnenhaven ondersteunt havenactiviteiten
Voor een deel van de Brugse binnenhaven geldt dat het gebied bestemd is voor havengebonden en havenondersteunende activiteiten. Bestaande niet-zeehavengebonden activiteiten mogen verder lopen en zelfs beperkt uitbreiden op reeds verworven percelen, met inbegrip van verworven aanpalende percelen. Na het stopzetten van de activiteit wordt echter een zeehavengebonden activiteit verwacht. ‘Droge’ en ‘natte’ terreinen met specifieke voorwaarden zullen worden aangeduid.

De site van de voormalige Philipsvestiging in de Brugse binnenhaven wordt behouden in het zeehavengebied, maar krijgt ook mogelijkheden voor niet-havengerelateerde ontwikkelingen omwille van zijn fysische ligging aan de rand van het zeehavengebied. In deze deelzone kan bedrijfsruimte worden aangeboden voor niet havengebonden activiteiten, gelet op de nood aan een dergelijk beschikbaar aanbod op de korte termijn.

De zone ‘Entrepot’, die in het zuidoosten van de Brugse Binnenhaven (L. Coiseaukaai) ligt, wordt niet langer opgenomen in het zeehavengebied. In dit stedelijke gebied kunnen nieuwe functies vergund worden zonder dat deze bijkomende lasten opleggen aan de nabijgelegen zeehavenactiviteiten. Tussen beide gebieden wordt op basis van het overleg tussen de Maatschappij voor de Brugse Zeevaartinrichting en de stad Brugge een duidelijke grens aangegeven.

- Projecten in de voorhaven
In de voorhaven gaat het om de herinrichting van het Brittanniadok en om de herinrichting van de omgeving Visartsluis en het Oud Ferrydok, Prins Filipsdok, Carcokes voorgesteld (het zogenaamde strategisch haveninfrastructuurproject: open tij-zone of snelle zeesluis).

- Projecten in de achterhaven
In de achterhaven gaat het om de verdere aanleg van het zuidelijke insteekdok en van de zone palend aan het Zuidelijk Insteekdok.

- Aanleg van binnen- en ontsluitingsinfrastructuur
Voor de aanleg van wegen gaat het vooral om de Oostelijke Havenrandweg en de AX. Voor de aanleg van de spoorwegen gaat het over de spoorbocht Ter Doest en over het Vormingsstation Zwankendamme. Voor de spoorbocht Ter Doest zullen de tracé-alternatieven worden afgewogen in het kader van de opmaak van een MER. Voor het vormingsstation te Zwankendamme besliste de Vlaamse Regering om dit project te prefinancieren. Voor de aanleg van waterweginfrastructuur worden momenteel nog nieuwe varianten bestudeerd.

- Inrichting van Bufferzones: aandacht voor leefbaarheid van de omringende kernen
De nadruk ligt op actieve buffering ter hoogte van dorpen en stadswijken. De gebieden waar een actieve ‘buffer’-invulling noodzakelijk is, worden omwille van het realiseren van de bufferende functie opgenomen in het zeehavengebied. In deze zones is een gerichte en geconcentreerde invulling van bufferende infrastructuren voorzien.

- Projecten voor milieu en natuur
In de achterhaven worden de natuurwaarden in de niet-opgespoten delen van de Dudzeelse polder versterkt. Dit gebied blijft uitdrukkelijk als langetermijnreserve in het zeehavengebied opgenomen. In de zone tussen de spoorbundel Pelikaan en de niet-opgespoten delen van de Dudzeelse polder wordt t.a.v. die laatste delen een volumebuffer ontwikkeld. In de oostelijke voorhaven wordt door verdere uitbouw van het Sterneneiland de instand¬houding van de sternenpopulatie bewerkstelligd.

"Dit planprogramma sluit aan bij mijn beleidsdoelstellingen voor de Vlaamse havens en de haven van Zeebrugge in het bijzonder. De aanzienlijke economische groei in de voorbije twee jaar in de haven van Zeebrugge bevestigt dat we hier de juiste opties nemen. Het is dan ook cruciaal dat de ruimtelijke ordening deze economische havenevoluties verder vertaalt in een aangepast afbakeningsRUP voor de haven van Zeebrugge. Als bevoegd minister voor de Vlaamse havens blijft het mijn zorg en engagement om alles in het werk te stellen zodat de economische functie van de haven van Zeebrugge op een toekomstgerichte en economische verantwoorde wijze verder kan worden uitgebouwd", aldus minister Kris Peeters.



persinfo: Luc De Seranno, woordvoerder van minister Peeters - tel. 02-552.66.44
e-mail: persdienst.peeters@vlaanderen.be

persinfo: Philippe Heyvaert, woordvoerder van minister Van Mechelen – tel. 02-552.67.04
e-mail: persdienst.vanmechelen@vlaanderen.be



Link :Bijlage 1: Principieel programma (.pdf, 21 kB)
Bijlage 2: Voorstel van Afbakeningslijn (.pdf, 430 kB)


© 2019 - Vlaamse overheid, Departement Mobiliteit en Openbare Werken - Afdeling Beleid
De modellicentie voor gratis hergebruik van de Vlaamse overheid is van toepassing op deze website :
zie website vlaanderen.be voor meer info