Mobiel Vlaanderen

Zesde Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen



BRON : Kabinet van Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken
DATUM : 17-09-2012
TEKST :

In vergelijking met vorig jaar verplaatsen we ons per dag iets minder vaak, maar we leggen wel meer kilometers af. Dat blijkt uit het recentste onderzoek naar het verplaatsingsgedrag van Vlamingen ouder dan 6 jaar. De auto blijft met kop en schouders het meest gebruikte vervoersmiddel. Korte afstanden worden nog te weinig te voet of met de fiets afgelegd. 80% van de afstanden die we afleggen is korter dan 15 km. Investeren in veilige infrastructuur en duurzame verplaatsingskeuzes maken, blijven nodig, zegt Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits. De week van de mobiliteit loopt van 16 september tot 22 september. Tijdens deze week doen we een warme oproep aan iedereen om na te denken over de manier waarop we ons verplaatsen. Kan het ook anders en duurzamer? Misschien kan de auto wat meer op stal blijven staan. De oproep wordt kracht bijgezet op vrijdag 21 september tijdens de Car Free Day en de Strapdag.

Onderzoek verplaatsingsgedrag

Het onderzoek gebeurde door middel van een enquête bij 1.603 personen van 6 jaar en ouder en dit gedurende de periode september 2010 tot september 2011. Aan de hand van vragenlijsten en interviews geven respondenten een antwoord op vragen die peilen naar hun mobiliteitsgedrag. Daarbij werden een aantal vragen gesteld omtrent gezinskenmerken en een aantal vragen omtrent verplaatsingen en persoonskenmerken. Elke persoon vulde een verplaatsingsboekje in met de verplaatsingen van een toevallig gekozen dag. Nadien werden deze gegevens via een face-to-face contact tussen interviewer en respondent in de computer opgenomen.

Hoe vaak verplaatsen we ons?

In 2011 heeft elke Vlaming ouder dan 6 jaar elke dag gemiddeld 2,78 verplaatsingen gemaakt. Vorig jaar verplaatste de Vlaming zich 2,88 keer per dag. De gemiddelde afstand per dag is gestegen met bijna 14% van 36,98 km naar 42,12 km. Met de auto heeft de Vlaming op jaarbasis 16.315 km afgelegd tegenover 15.666 in het vorig onderzoek.

1 op 4 Vlamingen verplaatst zich niet dagelijks. Dit aandeel is nog gestegen in vergelijking met het vorige rapport, toen was het 1 op 5 Vlamingen. De reden waarom mensen zich niet verplaatsen zijn divers. 'Geen behoefte aan gehad' is en blijft met 51,14% de belangrijkste reden om zich niet te verplaatsen. 25% blijkt zich niet te verplaatsen door verplaatsingsbeperkingen zoals een ziekte, of handicap. 7,35% studeert of werkt thuis.

De verplaatsingswijze blijft grotendeels stabiel. Een kwart van de verplaatsingen gebeurt met de fiets of te voet. Ruim twee derde is voor rekening van de auto, als bestuurder (50%) of als passagier (18%). 5,2% van het aantal verplaatsingen gebeurt met het openbaar vervoer.

Het dagelijks fietsgebruik daalt wat, daar kan het koude weer met veel sneeuw tijdens die periode ook meegespeeld hebben, het wekelijks fietsgebruik stijgt dan weer. Er wordt volop geïnvesteerd in fietsinfrastructuur en het fietsgebruik.

Heel wat van onze verplaatsingen zijn erg kort :

  • Bijna een vijfde is korter dan 1 km
  • 53% blijft binnen een fietsbare afstand van 5 km
  • Slechts 12% van de verplaatsingen is langer dan 25 km

De gemiddelde verplaatsingstijd is ongeveer 23 minuten. Voor 2,78 verplaatsingen per persoon betekent dit een dagelijks gemiddelde van bijna 64 minuten per Vlaming.

Motieven

28% van de verplaatsingen zijn functioneel: voor het werk, voor zaken of voor onderwijs. Deze zijn wel goed voor 40% van de afgelegde kilometers. We verplaatsen ons bijna evenveel voor winkelen/diensten (26,69%) en zelfs meer voor recreatieve doeleinden (29,81%).

Het aantal verplaatsingen voor het woon/werk verkeer blijft de laatste jaren relatief constant.

De auto wordt vooral gebruikt voor boodschappen of om te werken. De trein vooral om naar het werk te gaan. De fiets gebruiken we zowel voor functionele verplaatsingen als voor sociale activiteiten of als ontspanning.

Woon-werkverkeer

De gemiddelde woon-werkafstand bedraagt bijna 20 km. Bijna de helft van de beroepsactieven woont op maximum 10 km van de werkplaats, 27% woont zelfs op minder dan 10 minuten van zijn of haar werk. 7% zijn pure pendelaars, die op meer dan een uur van hun werkplaats wonen.

26,5% van wie werkt woont maximum op 5 km van het werk. 29% van hen kiest voor de fiets en nog eens 14% gaat te voet. Opvallend is dat meer dan de helft (51,72%) toch nog de auto gebruikt voor deze korte afstanden.

Om het woon-werk verkeer te verduurzamen, worden bedrijven, instellingen en overheden gestimuleerd om hun werknemers aan te moedigen om de auto wat vaker aan de kant te laten. Voor duurzame mobiliteitsprojecten kunnen ze via het Pendelfonds financiële steun vragen. De Vlaamse subsidie bedraagt maximaal de helft van de kosten van het project. Het bedrag van de subsidie is afhankelijk van de duur van het project met een maximumduur van vier jaar. Nu lopen er zo'n 75 projecten.

Een goed voorbeeld is de Gentse Havengebondenbedrijven, waar - na het opstarten van het Pendelfondsproject "Baanbrekend pendelen naar de Gentse haven" - het fietsgebruik steeg tussen 2008 en 2011 van 8,9% naar 14,1%. Ook de interesse om de fiets te gebruiken, nam er nog toe. Dat wijst erop dat het cijfer van 14% nog hoger kan. Bij Duvel Moortgat kwam voor de start van het fietsproject 19% van hun personeel met de fiets naar het werk. Door hun mobiliteitsbeleid verdubbelde het aantal fietsers tot 38%.

Woon-schoolverkeer

Het woon-schoolverkeer gebeurt het meest duurzaam. De gemiddelde woon-schoolafstand ligt op 9,1 km. 35% van de scholieren woont op minder dan 2,5 km van de school. 75% bevindt zich binnen een straal van 10 km van het schooladres. 52% moet maximaal 5 km afleggen. Nog meer dan bij het woon-werkverkeer is er bij het woon-schoolverkeer potentieel voor de fiets. 62% van de verplaatsingen van maximaal 5 km gebeurt per fiets of te voet. Dat percentage is de afgelopen jaren gestegen. Ongeveer 26% van de woon-schoolverplaatsingen van maximaal 5 km gebeurt met de auto.

Recreatief verkeer

Sociale activiteiten worden typisch uitgevoerd met meerdere personen. Voor het motief ontspanning, sport en cultuur bedraagt het aandeel autopassagier 28,1% (37,3% van deze verplaatsingen als autobestuurder). Ook iemand een bezoek brengen behoort tot de sociale activiteiten en heeft bijgevolg een aandeel autopassagier van 29,1%.

Het aantal verplaatsingen voor het bezoek aan diensten worden 51,8% van de keren als autobestuurder uitgevoerd, 17,8% als autopassagier en 15,8% worden te voet en 9% met de fiets gedaan.

Winkelen en boodschappen doen we vaak in de nabije omgeving, aangezien 28,9% per fiets of te voet wordt uitgevoerd. Maar meestal gebruiken we ook hiervoor de auto (66,8%).

Multimodale verplaatsingen

De bovenstaande analyse gaat over het hoofdvervoermiddel. De hoofdvervoerswijze is de wijze waarop de grootste afstand van de verplaatsing wordt afgelegd. 7,37% van alle verplaatsingen bevatten meer dan 1 rit. In het vorig onderzoek was dat 6,55%. Dat zijn de zogenoemde multimodale verplaatsingen. We gaan meer te voet, per fiets en met bus/tram/metro dan uit de bovenstaande cijfers blijkt, want ze zijn typerend voor het voor- en natransport.

Om de overstap van het ene vervoermiddel naar het andere te vergemakkelijken, wordt door minister Crevits geïnvesteerd in o.a. comfortabele fietsenstallingen aan halteplaatsen van De Lijn, het aanbod Velo in Antwerpen, in Blue Bikes en standplaatsen voor autodeelprojecten voorzien bij stations. Zo moet de overstap tussen de verschillende modi makkelijker en efficiënter kunnen. Ook technologie kan die mulitmodaliteit aanmoedigen, zoals borden aan de haltes of de app van De Lijn die je in real time aantoont welke bus je moet nemen en wanneer die doorkomt.

Geslacht

De Vlaamse mannen verplaatsen (3,01 keer) zich vaker dan de Vlaamse vrouwen (2,59 keer). Mannen zijn duidelijk vaker autobestuurder (56%) dan vrouwen en minder vaak passagier (12,6%) . Vrouwen doen meer verplaatsingen als autopassagier (24%), te voet (14%) of per lijnbus (3,4%).

Het rijbewijsbezit in Vlaanderen bedraagt 84,2%. Bij mannen is dit gemiddeld 91%, bij vrouwen 77,6%. De kloof tussen mannen en vrouwen is doorheen de jaren wat kleiner geworden.

Bezit en gebruik van de auto

Er zijn gemiddeld 1,19 auto's per gezin. Eén huishouden op zes heeft geen auto, terwijl ruim de helft van de Vlaamse gezinnen één auto bezit. Verder heeft zo'n 27% twee auto's en bijna 4% zelfs drie of meer.

Drie vierde van de autobestuurders zijn (zeer) geregelde chauffeurs en gebruiken de auto dagelijks of wekelijks. 20% gebruikt de auto nooit of zeer zelden. Dit cijfer stemt logischerwijze ongeveer overeen met het aantal autoloze gezinnen. Deze cijfers wijzen dus op een frequent gebruik van de auto wanneer men een auto bezit.

Bezit en gebruik van de fiets

Het fietsbezit in Vlaanderen is erg hoog, hoger dan het autobezit. 84,4% van de Vlaamse gezinnen bezitten minstens één fiets. Meer dan 10% van de Vlaamse gezinnen bezitten zelfs 5 of meer fietsen. Gemiddeld gaat het over 2,29 fietsen per gezin. Dit betekent ongeveer één fiets per gezinslid.

In tegenstelling tot de auto, staat fietsbezit niet gelijk met gebruik. Vaak wordt de fiets enkel gebruikt voor recreatieve doeleinden (34% tov 14% werken en 14% onderwijs volgen).

Ruim 1/3 rijdt zelden of nooit met de fiets. Zo'n 20% maakt occasioneel gebruik van de fiets. 46,7% zijn regelmatige fietsers die de fiets dagelijks of wekelijks gebruiken.

Bij vergelijking met een vorig onderzoek is er een significante stijging van de categorie 'één tot enkele keren per maand' en een significante daling van de categorie 'dagelijks'. Het is deze laatste categorie die het zwaarst doorweegt in de algemene cijfers omtrent fietsgebruik.

Gebruik van bus/tram/metro

Slechts 16,5% van de Vlamingen zijn geregelde gebruikers van bus, tram of metro. Ongeveer 45% gebruikt het stads- en streekvervoer nooit, 27,5% uiterst zelden. 11% maakt occasioneel gebruik van bus, tram of metro. Net zoals voorgaande jaren kunnen we concluderen dat ruim 70% van de Vlamingen weinig tot niet vertrouwd is met het stads- en streekvervoer.

Gebruik van de trein

Ook het treingebruik blijft voor heel wat Vlamingen een onbekende modus, want bijna 87% is quasi niet-gebruiker. Bijna 7% maakt occasioneel gebruik van de trein. Slechts 6,4% is (zeer) regelmatige gebruiker.

Gebruik van het vliegtuig

Bijna 62% gebruikt het vliegtuig nooit. 38% van de Vlamingen gebruiken het vliegtuig één tot enkele keren per jaar. De Vlaming is dus ongeveer even vertrouwd met het vliegtuig als met het openbaar vervoer.

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits: "Het nieuwe onderzoek bevestigt dat ons verplaatsingsgedrag duurzamer kan. Te veel korte verplaatsingen gebeuren met de auto. Het is belangrijk dat meer van die korte verplaatsingen met de fiets of te voet gebeuren om de druk op het verkeer in Vlaanderen niet te verhogen. Ook het openbaar vervoer heeft nog groeipotentieel. Het is belangrijk om voor het voor- en natransport vlotte overstapmogelijkheden aan te bieden."

Persinfo