Mobiel Vlaanderen

Resultaten proefproject meetfietsen: Comfort verhogen door oneffenheden aan te pakken



BRON : Kabinet van Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken
DATUM : 04-08-2011
TEKST :

In opdracht van Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Hilde Crevits werd het comfort en de kwaliteit van ongeveer 1.300 km fietspaden in 16 gemeenten met een speciale meetfiets opgemeten door de Fietsersbond. Een objectieve meting van het comfort en de kwaliteit van de fietspaden is onontbeerlijk om goede keuzes te maken voor de investeringprogramma’s. Terwijl de fietspaden redelijk goed scoren op het vlak van breedte en tussenruimte (tussen fietspad en de weg), is de score voor het trillingscomfort van de fietspaden laag. De recente opname van de vlakheidsnorm in de bestekken voor fietspaden langs gewestwegen blijkt echt noodzakelijk te zijn. Monolithische verharding (asfalt en cementbeton) scoort het best. Oneffenheden aan kruispunten zorgen ook voor een onaangenaam niveauverschil. In het Vademecum Fietsvoorzieningen zal minister Crevits daarom nieuwe, duidelijke richtlijnen opnemen. Ze gaf aan AWV ook de opdracht om een plan uit te werken om de meest prioritaire knelpunten ter hoogte van kruispunten langs de gewestelijke fietspaden weg te werken.

Om een gericht investeringsprogramma te kunnen opstellen heeft minister Crevits aan 16 gemeenten de kans gegeven om via de meetfiets de staat van de fietspaden op hun grondgebied in kaart te brengen. De hoogtechnologische meetapparatuur op de meetfiets is tot stand gekomen uit een samenwerking met de KU Leuven en de informatica opleiding van de Hogeschool Universiteit Brussel.

De Fietsersbond heeft met vijf meetfietsen het comfort en de kwaliteit van alle fietspaden gemeten in 15 gemeenten. De geselecteerde gemeenten per provincie zijn:

  • provincie Limburg: Sint-Truiden
  • provincie Oost-Vlaanderen: Beveren-Waas, Eeklo en Sint-Niklaas
  • provincie Vlaams-Brabant: Leuven, Lubbeek en Zemst
  • provincie West-Vlaanderen: Knokke-Heist, Roeselare, Torhout en Zedelgem
  • provincie Antwerpen: Brasschaat, Heist-op-den-Berg, Rumst en Wijnegem

Naast deze gemeenten, waar alle fietspaden integraal werden afgefietst, werd 50 km fietspad in Antwerpen afgefietst. Dit past in een Europees project dat mee gefinancierd wordt vanuit het Vlaamse Fietsteam.

Van de 1.300 kilometer opgemeten fietspaden zijn 63% fietspaden langs gemeentewegen en 36% langs gewestwegen. In bijlage 3 zijn een aantal algemene cijfers over de opmetingen verzameld.

VASTSTELLINGEN VAN DE MEETACTIE

1. Trillingscomfort scoort laag.

Hoe minder oneffenheden, hoe aangenamer fietsen. Het trillingscomfort is afhankelijk van:

  • het type materiaal waarin het fietspad is aangelegd;
  • de manier van aanleggen;
  • de overgangen aan onder meer kruispunten en inritten.

De gemiddelde score voor alle gemeenten samen is 4.5/10.

1. Algemene analyse van de resultaten

Uit de meetresultaten blijkt dat het trillingscomfort een probleem is. Het gebruikte materiaal is bepalend voor het comfort van de fietspaden. Van de monolithische materialen wordt cementbeton het meest gebruikt, met name op 36,2% van de fietspaden. 21% van de fietspaden zijn aangelegd in asfalt. Niet-monolithisch materiaal wordt in 40% van de gevallen gebruikt waarvan meer dan 30% in betonklinkers.

Tabel: Verhouding gebruikte materiaalsoorten

Type materiaal Percentage
Cementbeton 36,2%
Asfalt 21,0%
Betonklinkers 11/22 15,4%
Betonklinkers 22/22 12,7%
Tegels 30/30 6,4%
Asfalt met slemlaag 2,3%
Betonklinkers (niet gespecifieerd) of andere 2,0%
Asfalt op cementbeton 1,8%
Andere verharde materialen 1,2%
Halfverhard materiaal (waterdoorlatende voorzieningen) 0,9%


Nieuw aangelegde fietspaden scoren inzake trillingscomfort beter. Asfalt scoort het best.

Tabel: Gemiddelde trillingsscore per materiaalsoort op basis van de leeftijd

Type materiaal Score ongeacht de leeftijd Score nieuw aangelegde fietspaden (0 tot 6 jaar oud)
Asfalt 6.2/10 7.9/10
Asfalt met slemlaag 5.7/10 6.5/10
Cementbeton 4.0/10 6.2/10
Betonklinkers 11/22 3.7/10 5.4/10
Betonklinkers 22/22 4.9/10 5.2/10
Betonklinkers (niet gespecifieerd) 3.9/10 3.8/10
Tegels 30/30 3.4/10 4.3/10


2. Acties

  • Aanbeveling: gebruik monolithisch materiaal

    De materiaalkeuze blijft belangrijk om een goede score te behalen. Ca. 60% van het gebruikte materiaal is monolithisch. Omwille van het comfort worden monolithisch materialen aanbevolen in het Vademecum Fietsvoorzieningen. Indien toch niet-monolithische materialen worden gebruikt, dan kan een zorgvuldigere plaatsing ook tot een goed resultaat leiden.

  • Vlakheidsnorm opgenomen in standaardbestek sinds april 2011

    Om het trillingscomfort te verhogen en de vlakheid van nieuwe fietspaden te garanderen werd in april 2011 op vraag van minister Crevits voor de aanleg van fietspaden in het standaardbestek voor het eerst een vlakheidsnorm voor fietspaden opgenomen. De norm bepaalt dat de maximale oneffenheden over een lengte van 3 meter maximum 5 mm mogen bedragen voor fietspaden. Hierdoor moeten nieuwe fietspaden in de toekomst beter scoren.

  • Aanpak voor meer comfortabele aansluitingen aan kruispunten

    De metingen tonen ook duidelijk aan dat de aansluitingen van de fietspaden ter hoogte van kruispunten de zwakste schakels vormen, doordat fietsers dikwijls een niveauverschil moeten overbruggen. Dit kan bijvoorbeeld een regengoot dwars over het fietspad of een boordsteen dwars over het fietspad zijn.

    Het Vademecum Fietsvoorzieningen zal worden aangevuld met richtlijnen om bij de aanleg van nieuwe fietspaden de aansluitingen ter hoogte van kruispunten te verbeteren. Dit kan ondermeer door het doortrekken van fietspaden over de zijstraat heen, zonder regengoten of boordstenen.

    Minister Crevits geeft AWV de opdracht om een plan uit te werken met het oog op het wegwerken van de meest prioritaire knelpunten op bestaande fietspaden ter hoogte van kruispunten. Concrete locaties tonen aan dat met een minimale inspanning grote comfortwinst kan geboekt worden bij bestaande fietspaden.


2. Breedte van de fietspaden scoort goed.

De vereiste breedte van fietspaden werd duidelijk omschreven in het Vademecum Fietsvoorzieningen. De aanbevolen breedte van een eenrichtingsfietspad bedraagt 1,75 meter met een minimale breedte van 1,50 meter. Een totaalresultaat van 6,7/10 werd gehaald voor alle gemeten fietspaden samen. Deze score is het resultaat van het goed opvolgen van de bestaande richtlijn uit het Vademecum Fietsvoorzieningen.

3. Veilige tussenruimte tussen fietspaden en rijweg scoort redelijk.

Afhankelijk van de snelheid van het gemotoriseerde verkeer wordt in het Vademecum de keuze gemaakt tussen aanliggende of vrijliggende fietspaden (verhoogd aanliggend in zone 50 – van de rijbaan gescheiden buiten zone 50). Een totaalresultaat van 6/10 werd gehaald voor alle gemeten fietspaden samen. Ook dit resultaat toont het nut van duidelijke aanbevelingen aan.


SCORES PER GEMEENTE (TOTAAL VAN GEMEENTE- ÉN GEWESTWEGEN)

De fietspaden werden gescreend op trillingscomfort, breedte van het fietspad en veiligheid (tussenruimte tussen het fietspad en de rijweg). In bijlage 1 staat een overzicht van de scores per gemeente op basis van deze drie parameters.

De scores van de fietspaden op gemeentewegen en gewestwegen zijn heel divers. In de ene gemeente scoren de fietspaden langs gemeentewegen beter dan langs de gewestwegen, in de andere gemeente net andersom. Bijvoorbeeld in Roeselare wordt de gemiddelde trillingsscore van 4,3 op 10 gehaald door een slechte score op de fietspaden langs gewestwegen. Langs gemeentewegen is de score 6,3 op 10 en langs gewestwegen is dat 2,2 op 10. De aanpak is derhalve een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten. In bijlage twee wordt een overzicht gegeven van de drie parameters volgens de categorie: gemeenteweg of gewestweg.

Uit de cijfers blijkt dat de richtlijnen uit het vademecum de laatste jaren goed worden opgevolgd. Maar toch tonen de metingen ook aan dat de verharding van fietspaden volgens de wensen en verwachtingen van de gebruikers kàn aangelegd worden met meer comfort. De praktijk laat echter dikwijls te wensen over. De nieuwe richtlijnen zullen daarom uitgebreid gecommuniceerd worden naar studiebureau’s en aannemers zodat ze met meer zorg de verharding aanbrengen.


TOEKOMST

Instrument voor de gemeten gemeenten

Het recente Verplaatsingsonderzoek (OVG 4.2) toont aan dat er een enorm potentieel is voor de fiets om te gaan werken, winkelen of naar school te gaan. Ongeveer 40% van onze verplaatsingen blijft binnen 3 km, bijna 52,5% van onze verplaatsingen is korter dan 5 km en bijna 71% is korter dan 10 km. Veilige infrastructuur op het terrein zal mensen op de fiets zetten.

Vlaanderen heeft een netwerk van bovenlokale fietsverbindingen (BFF) van circa 12.000 km. Sommige fietspaden zijn nieuw, andere dateren van 20 tot 40 jaar geleden. 60 procent van de verbindingen ligt op gemeentewegen. Veel gemeenten hebben op dit moment geen goed zicht op de staat van hun fietsinfrastructuur. Zeker voor die korte afstanden dicht bij de woonplaats ligt er een uitdaging voor de gemeenten om te investeren in veilige en comfortabele fietspaden langs gemeentewegen. Op basis van deze metingen kunnen ze dan gericht een investeringsprogramma opmaken. De Fietsersbond zal individueel met elke gemeente hun rapport doornemen en aanbevelingen doen. Voor de aanleg van deze fietspaden op het BBF voorziet minister Hilde Crevits samen met de provincies in Fietsfondssubsidies (40% subsidie Vlaamse Gewest – 40% subsidie provincie).

Instrument voor andere gemeenten

Hoe meer steden en gemeenten de meetfiets gaan gebruiken, hoe groter het inzicht in de uitbouw van het BBF en de kwaliteit en veiligheid van de fietspaden. Minister Hilde Crevits zal een bevraging doen bij de VVSG om na te gaan of er bij de gemeenten interesse is om een globale nulmeting op te maken van alle bestaande fietspaden.

Vlaams minister Hilde Crevits: “De Vlaamse overheid wil samen met de gemeenten een kwaliteitsvol fietspadennetwerk aanbieden. Aangezien de meeste van onze verplaatsingen fietsbare afstanden zijn, is het belangrijk om veilige en comfortabele fietspaden uit te bouwen. Zo hopen we dat meer mensen gaan fietsen naar het werk, de school of de winkel. Op basis van de resultaten van dit proefproject kunnen gerichte investeringsprogramma’s opgemaakt worden voor een kwaliteitsvoller fietspadennetwerk. Het trillingscomfort van de fietspaden scoort redelijk laag. Deze resultaten duiden op het nut van de vlakheidsnorm voor nieuwe fietspaden, zoals ze door de Vlaamse overheid sinds april 2011 werd opgenomen in het Standaardbestek. Uit de metingen blijkt dat de aanbeveling in het Vademecum Fietsvoorzieningen om vooral monolithische verharding (asfalt en/of cementbeton) te gebruiken bij de aanleg van fietspaden wordt bevestigd. Deze materialen scoren het best op het vlak van trillingscomfort. Oneffenheden aan kruispunten zorgen ook voor een onaangenaam niveauverschil. In het Vademecum Fietsvoorzieningen zullen daarom nieuwe, aangepaste richtlijnen worden opgenomen. Ik heb ook aan AWV de opdracht gegeven om een plan uit te werken om de meest prioritaire knelpunten ter hoogte van kruispunten langs de gewestelijke fietspaden weg te werken. Andere aanbevelingen inzake de breedte en de tussenruimte worden goed toegepast. De scores op deze punten zijn dan ook goed. Het is duidelijk dat deze adviezen uit het vademecum in het bewustzijn zijn opgenomen.”

Bruno Coessens van Fietsersbond vzw: “De resultaten inzake breedte van het fietspad en veilige tussenruimte tussen fietspad en rijweg bewijzen het nut van duidelijke aanbevelingen in het Vademecum Fietsvoorzieningen. Dankzij het inzetten van de meetfiets hebben we nu ook objectieve gegevens inzake trillingscomfort. Nieuwe en duidelijke aanbevelingen met betrekking tot materiaalkeuze en de wijze van aanleg moeten ook voor deze comfortparameter een echt verschil kunnen maken in de toekomst. Fietspaden moet in de toekomt aangenaam zijn. We hopen dat studiebureau’s, aannemers en alle betrokkenen zich vanaf nu dan ook bewust focussen op een aanleg die resulteert in comfortabele fietspaden. De Fietsersbond zal graag meewerken aan de communicatie over deze aanbevelingen en richtlijnen.”


Persinfo:





BIJLAGE 1: scores per gemeente (gemeentewegen + gewestwegen)

gemeente trilling breedte fietspad tussenruimte tussen fietspad en rijweg GEWOGEN TOTAAL
Zemst 5/10 (min.0,0 - max.9.4) 7.4/10 6.5/10 5.9/10
Antwerpen (50 km) 4.5/10 (min. 0,0 - max.9.6) 8.2/10 8/10 6.3/10
Heist-op-den-Berg 3.9/10 (min. 0,0 - max.9.3) 5.8/10 4.3/10 4.5/10
Rumst 4.6/10 (min. 1,0 - max.8.5) 7.6/10 6.6/10 5.8/10
Brasschaat 4/10 (min. 0,0 - max.8.3) 6.9/10 8.7/10 5.9/10
Leuven 4.5/10 (min. 0,0 - max.10) 7.1/10 7.1/10 5.8/10
Lubbeek 2.2/10 (min. 0,0 - max.7.8) 4.1/10 3.7/10 3.1/10
Sint-Truiden 5/10 (min. 0,0 - max.8.8) 6.3/10 5/10 5.3/10
Zedelgem 4.2/10 (min. 0,0 - max.8.4) 6.6/10 6.2/10 5.3/10
Knokke-Heist 5.1/10 (min. 0,0 - max.9.2) 8.0/10 7.3/10 6.3/10
Roeselare 4.3/10 (min. 0,0 - max.9.4) 6.1/10 4.5/10 4.8/10
Torhout 5/10 (min. 0,1 - max.9.2) 7/10 6.1/10 5.8/10
Sint-Niklaas 4.7/10 (min. 0,0 - max.9.5) 6.2/10 5/10 5.2/10
Beveren-Waas 5/10 (min. 0,0 - max.10) 7.3/10 7/10 6.1/10
Eeklo 4.6/10 (min. 0,0 - max.8.9) 6.9/10 5.4/10 5.4/10
Wijnegem 4.4/10 (min. 0,0 - max.8.0) 7.3/10 8.2/10 6.1/10


BIJLAGE 2: scores gemeentewegen en gewestwegen afzonderlijk (per gemeente)

gemeente trilling fietspaden gemeentewegen trilling fietspaden gewestwegen breedte fietspaden gemeentewegen breedte fietspaden gewest-wegen tussen-breedte gemeente-wegen tussen-breedte gewest-wegen
Zemst 4.7/10 5.3/10 6.4/10 8.8/10 5.5/10 7.9/10
Antwerpen (50km) 4.4/10 4.6/10 8.1/10 8.5/10 8.8/10 6.5/10
Heist-op-den-Berg 3.4/10 5.5/10 6.1/10 4.9/10 4.3/10 4.0/10
Rumst 4.3/10 5.4/10 7.1/10 8.8/10 7.0/10 5.4/10
Brasschaat 4.1/10 3.8/10 6.7/10 7.1/10 9.3/10 7.7/10
Leuven 4.6/10 4.4/10 7.0/10 7.4/10 6.9/10 7.5/10
Lubbeek 2.1/10 2.5/10 4.5/10 3.3/10 3.9/10 3.2/10
Sint-Truiden 5.2/10 4.7/10 5.8/10 6.9/10 5.3/10 4.6/10
Zedelgem 6.1/10 3.2/10 5.4/10 7.4/10 3.4/10 8.2/10
Knokke-Heist 6.2/10 3.0/10 8.2/10 7.6/10 6.9/10 7.5/10
Roeselare 6.3/10 2.2/10 5.0/10 7.3/10 3.0/10 6.0/10
Torhout 4.9/10 5.1/10 6.1/10 7.8/10 5.6/10 6.6/10
Sint-Niklaas 4.6/10 5.1/10 6.1/10 6.4/10 4.9/10 5.2/10
Beveren-Waas 5.1/10 4.3/10 7.3/10 6.9/10 7.3/10 5.9/10
Eeklo 4.4/10 4.8/10 5.4/10 8.6/10 3.8/10 7.3/10
Wijnegem 4.3/10 4.1/10 6.5/10 7.9/10 8.9/10 7.5/10
TOTAAL 4.6/10 4.1/10 6.4/10 7.3/10 5.8/10 6.4/10


BIJLAGE 3: cijfers over de opmetingen

Tabel1: Fietspaden volgens wegbeheerder

Wegbeheerder Percentage
Gemeente 63,45%
AWV 36,05%
Provincie 0,22%
De Scheepvaart 0,18%
Waterwegen en Zeekanaal 0,10%


De meerderheid van de gemeten fietspaden zijn gemeentelijk.

Tabel 2: Fietspaden volgens de snelheidszones

Snelheidszone Percentage
30 km/h 2,30%
50 km/h 45,31%
70 km/u 42,53%
90 km/u 6,66%


87% van de fietspaden ligt in 50-70 km/u zones met een iets groter aandeel bij 50 km/u. 6,6 % ligt in 90 km/u snelheidszone. 3,2% van de gemeten fietspaden zijn losliggende fietspaden; daarop is geen snelheidszone van toepassing.

Tabel 3: Verhouding BFF/niet-BFF

BFF/Niet-BFF Percentage
BFF 71,57%
Niet-BFF 28,43%


71,57% van de fietspaden horen in deze gemeenten tot het bovenfunctionele fietspadennetwerk (BBF).

Tabel 4: Type fietspaden

Type fietspad Percentage
Aanliggend 55,30%
Vrijliggend 40,36%
Losliggend (fietsweg) 3,93%
Aanliggend bij kruispunt 0,42%


De fietspaden zijn overwegend aanliggend.

Tabel 5: Verhouding verhoogd versus niet-verhoogd

Verhoogd of niet verhoogd Percentage
Niet-verhoogd 45,34%
Gemiddeld verhoogd (6,5 tot 7,5 cm) 42,94%
Licht verhoogd (2 tot 6 cm) 6,52%
Verhoogd – niet-gespecifieerd 1,13%
Zwaar verhoogd (meer dan 8 cm) 0,86%


Tabel 6: Verhouding één- versus tweerichtingsfietspaden

Richting Percentage
Eénrichting 73%
Tweerichting 27%


Bijna ¾ van de fietspaden zijn in één richting zoals voorgeschreven door het Vademecum Fietsvoorzieningen.

Tabel 7: Type buffer tussen rijweg en fietspad

Type buffer Type inrichting Percentage
buffer zonder verticale scheiding Enkel verharding in stenen 51,3%
buffer zonder verticale scheiding Parkeerstrook 13,0%
buffer met verticale scheiding Bomen 9,3%
buffer zonder verticale scheiding Geen buffer 7,0%
buffer zonder verticale scheiding Horizontale groenstrook, (evtl onderbroken) 6,4%
buffer met verticale scheiding Haag (evtl onderbroken) 4,5%
buffer met verticale scheiding Andere 2,3%
buffer met verticale scheiding Haag en bomen 2,2%
buffer met verticale scheiding Vaste veiligheidsconstructie (staal, beton,...) 1,9%
buffer met verticale scheiding Paaltjes (volle - niet flexibel) 0,9%
buffer zonder verticale scheiding Gracht 0,6%
buffer met verticale scheiding Paaltjes (holle - flexibel) 0,3%
buffer met verticale scheiding Periodieke haagblokken 0,2%
buffer met verticale scheiding Losse betonblokken (minimale hoogte) 0,1%

Verharding in stenen is de meest voorkomende buffer. Dit komt voor bij ongeveer de helft van alle fietspaden. Iets meer dan ¼ van alle fietspaden hebben een verticale scheiding. Slechts in 7% is er totaal geen buffer. Dit zijn fietspaden, die bestaan uit een gemarkeerde zone getekend op de rijweg zonder witte afscheidingslijn.