In het moederconvenant worden de algemene afspraken vastgelegd. Het is m.a.w. de intentieverklaring van de ondertekenende partners om samen te werken om voor die gemeente(n) de mobiliteitsproblemen planmatig en multimodaal aan te pakken. Om dat kracht bij te zetten, engageert de gemeente zich om een gemeentelijk mobiliteitsplan op te maken. Uiteraard gebeurt dat in samenspraak met de andere partners. Voor de opmaak van het mobiliteitsplan kan de gemeente trouwens een subsidie krijgen (met module 1).
Het moederconvenant bepaalt ook dat er een Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) wordt opgericht. Die GBC is het overlegforum voor de voorbereiding van en de besluitvorming rond het convenant. Concreet verzorgt de GBC de voorbereiding en opvolging van het gemeentelijk mobiliteitsplan en begeleidt ze tevens de voorbereiding van convenantsgebonden projectdossiers. In de GBC zetelen alle lokale actoren en partners van het mobiliteitsconvenant.
Om ad-hoc-oplossingen en improvisatie te ontmoedigen, staat in het moederconvenant dat toekomstige projecten teruggekoppeld en getoetst moeten worden aan de uitgangspunten van het moederconvenant en het lokale mobiliteitsplan.
Die toetsing gebeurt door de Provinciale Autditcommissie (PAC) die de nota's 'conform' verklaart met het Vlaams mobiliteitsbeleid. In de PAC zetelen de (provinciale) afgevaardigden van de partners van het convenant.
Modeltekst