MINISTER CREVITS: “WE MOETEN DE BOTTLENECK VAN DE ONTEIGENINGEN WEGWERKEN” [18-02-2010]
Het regeerakkoord vertrekt van het STOP-principe: eerst stappers, trappers, openbaar vervoer en tot slot privaat vervoer. Op het vlak van trappers is er nog veel werk aan de winkel.
(Foto: Paul De Cloedt)
Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit:“Een Fietsteam moet ervoor zorgen dat het investeringsprogramma ook effectief wordt uitgevoerd.”
Minister Crevits: “Vaak denken we dat we goed en duurzaam bezig zijn, maar de realiteit is dat de auto het favoriete privé-vervoermiddel blijft. Als we een verkeersinfarct willen vermijden, moeten we de fiets meer gaan gebruiken.”
Als er meer fietsers moeten komen, lijkt het logisch dat er ook meer fietspaden aangelegd moeten worden. Via welke kanalen realiseert en subsidieert de Vlaamse overheid fietspaden langs gewest- en gemeentewegen?
Minister Crevits: “Fietspaden worden aangelegd en beheerd door verschillende instanties: AWV beschikt over eigen middelen, gemeenten subsidiëren we voor de aanleg van fietspaden langs gewestwegen via module 13 van het mobiliteitsconvenant en langs gemeentewegen via het Fietsfonds. Daarnaast investeren ook de Waterwegen & Zeekanaal nv en nv De Scheepvaart in de jaagpaden. Ook De Lijn doet een bijdrage door bij halteplaatsen en in stationsomgevingen bij te dragen in fietsenstallingen. Met zoveel instanties op hetzelfde terrein, is het gevaar van ‘hokjesdenken’ niet ondenkbaar. Daarom heb ik eind januari aan mijn administraties gevraagd alle verantwoordelijken samen te brengen in een soort ‘Fietsteam’ en alle relevante budgetten in één ‘Fietspot’ samen te brengen. Daar wordt een investeringsprogramma aan gekoppeld, waarbij ook prioriteiten worden vastgelegd.”
Welke klemtonen legt u in uw beleid voor de aanleg van fietsinfrastructuur?
Minister Crevits: “We focussen op twee sporen: enerzijds de inspanning in het aanleggen van doorgaande fietsassen van stad tot stad, de zogenaamde fietssnelwegen. Ze zijn nuttig voor het woon-werkverkeer, het woon-schoolverkeer en ongetwijfeld ook voor de recreatieve fietser. De andere focus ligt op de snelheid van de realisatie van fietspaden. Ik wil een grondige vereenvoudiging van de regelgeving door de verschillende subsidiewegen te vereenvoudigen en op elkaar af te stemmen, de procedures te vereenvoudigen, hun doorlooptijd in te korten en vooral de onteigeningsproblematiek aan te pakken. Uit onderzoek blijkt dat 7 op 10 fietspaddossiers vastzitten in de grondwervings-/onteigeningsprocedure door het federale aankoopcomité. Dat is de bottleneck en die wil ik wegwerken. Ik ben dan ook in overleg met het federale niveau om te kijken of we particuliere landmeters-experten kunnen inschakelen en de samenwerking met aankoopcomités kunnen uitbreiden. We werken immers al zeer goed met hen samen bij de aanpak van gevaarlijke punten langs gewestwegen. We blijven dus niet bij de pakken zitten!”
Hoe wordt de aanleg van nieuwe of het vervangen van oude fietspaden gestimuleerd?
Minister Crevits: “Het realiseren van nieuwe fietspaden zal een zwaartepunt zijn in mijn investeringsbeleid. Zoals hierboven al aangehaald, zal het investeringsritme worden verhoogd door vereenvoudiging van de procedures en door de invoering van de ‘fietstoets’. Die houdt grosso modo in dat we de reflex moeten aankweken ‘kunnen we in dit specifieke project iets doen voor fietspaden’. Bij elk afzonderlijk project moeten we met andere woorden nagaan of het verbeteren van het bestaand fietspad dan wel de aanleg van een nieuw fietspad het meest aangewezen is. Mijn administratie heeft deze denkreflex trouwens – zonder bijkomende planlast te creëren – meegenomen in haar werking door in enkele interne formulieren te verwijzen naar de fietstoets. Deze formulieren worden standaard gebruikt voor de administratieve afhandeling van investeringen, waardoor die denkreflex een feit is.”
Foto: Jerry De Brie
In Belsele (N70) was een vernieuwing van de toplaag van het wegdek gepland. Dankzij de fietstoets werd de toplaag van de fietspaden mee aangepakt.