MODELTEKST VOOR MODULE 19 - STREEFBEELDSTUDIE (VOOR PRIMAIRE II OF SECUNDAIRE GEWESTWEG) OF STUDIE OVER EEN BOVENLOKAAL MOBILITEITSTHEMA. [06-03-2007]
MOBILITEITSCONVENANT
MODULE 19:
STREEFBEELDSTUDIE (VOOR PRIMAIRE II OF SECUNDAIRE GEWESTWEG) OF STUDIE OVER EEN BOVENLOKAAL MOBILITEITSTHEMA
(NIS-nr) /
(volgnummer koepelmodule) / 19 /
(volgnummer module)Datum van ondertekening:
ARTIKEL 1. VOORWERP VAN DEZE OVEREENKOMST
§1. Doelstelling en krachtlijnen.
Met deze module verbinden de partijen zich ertoe een gewestweg van het type primair II of secundair te bestuderen en in te passen in zijn ruimtelijke omgeving of een studie te maken over een bovenlokaal mobiliteitsthema, en dat in overeenstemming met het (de) mobiliteitsplan(nen) van de omgeving.
In de streefbeeldstudie wordt voor een gewestweg een geïntegreerd concept van duurzame en multimodale mobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersleefbaarheid en landschappelijke of stedelijke integratie uitgewerkt.
Het gewest bestelt en betaalt de studie. (Zie art. 2 voor alle verbintenissen van het gewest.)
§2. Inhoud van de streefbeeldstudie.
De streefbeeldstudie dient minimaal de volgende gegevens te omvatten:
| 1° |
een gedetailleerde gekwantificeerde beschrijving van de huidige verkeerssituatie en de verkeerssituatie bij een autonome evolutie nu en binnen 10 jaar (zoals verkeerstellingen, ongevallenstatistieken en een oorsprong-bestemmingsonderzoek); |
| 2° |
de formulering van de verkeersproblemen, een analyse van mogelijke multimodale oplossingen en een afweging van hun impact op het milieu, de open ruimte, de leefbaarheid, de veiligheid en de bereikbaarheid; |
| 3° |
een stedenbouwkundig concept voor de omgeving; |
| 4° |
een multimodale visie voor het projectgebied als bredere visie op de gehele corridor; |
| 5° |
de te nemen maatregelen, gerangschikt volgens prioriteit, met vermelding van hun kritische randvoorwaarden; |
| 6° |
de uitwerking van herinrichtingsprincipes voor elk deelgebied langs het traject van de gewestweg in kwestie; |
| 7° |
het kwantificeren van de toekomstige situatie na uitvoering van de bovenvermelde maatregelen. |
§3. Procedure voorafgaand aan het afsluiten van deze module.
De afbakening van het studiegebied, meer bepaald,
- streefbeeldstudie
voor de gewestweg N ................
tussen kilometerpunt ........... en kilometerpunt ..............
op het grondgebied van de lokale overheden die deze module ondertekenen.
(Herhaal eventueel voor elke andere gemeente-, provincie- of gewestweg.)
of
- studie over ......................................... (mobiliteitsthema)
m.b.t. (omschrijving van het bovenlokaal gebied):
.............................................................
.............................................................
wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de provinciale auditcommissie (PAC). De goedkeuring door de PAC van het afgebakende studiegebied is als bijlage toegevoegd.
ARTIKEL 2. VERBINTENISSEN VANWEGE HET GEWEST
§1. Start van de realisatie.
Het gewest start binnen 60 dagen na ondertekening van de koepelmodule de aanbestedingsprocedure voor de in art. 1, §3 bepaalde studie. Een afschrift van de opdracht tot aanvang van de procedures wordt naar de overige partijen gestuurd.
§2. Studie bestellen.
Het gewest zorgt voor het afsluiten van een overeenkomst met een studiebureau.
§3. Gewestbijdrage.
Het gewest betaalt 100% van de studiekosten (inclusief btw), met uitzondering van de eventuele personeelskosten van de lokale overheid of de provincie.
§4. Begeleiding en coherentiebewaking.
Het gewest begeleidt de studie en bewaakt de coherentie (in methodiek en visie) ervan tussen de verschillende beleidsniveaus.
§5. Implementatie van de studieresultaten.
Het gewest budgetteert de nodige bedragen in zijn opeenvolgende meerjarenprogramma’s, voor de implementatie van de studieresultaten.
ARTIKEL 3. VERBINTENISSEN VANWEGE DE LOKALE OVERHEDEN OF DE PROVINCIE
§1. Overlegvergaderingen.
De lokale overheden en/of de provincie wijzen een verantwoordelijke ambtenaar aan om deel te nemen aan de overlegvergaderingen over de streefbeeldstudie, die het gewest organiseert.
De lokale overheden wijzen een verantwoordelijke ambtenaar aan om deel te nemen aan de overlegvergaderingen m.b.t. de studie over een bovenlokaal mobiliteitsthema, die het gewest of de provincie organiseert.
§2. Implementatie van de studieresultaten.
De lokale overheden en de provincie onderschrijven en ondersteunen het doel van deze module. Dat betekent dat elke lokale overheid de passende modules die volgen uit de (gefaseerde) implementatie van de studieresultaten zal ondertekenen.
ARTIKEL 4. VERBINTENISSEN VANWEGE DE VVM
De VVM adviseert de andere partijen bij de in art. 1, §3 bepaalde studie.
ARTIKEL 5. EVALUATIE
§1. Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel “Evaluatie” in het moederconvenant
(NIS-nr) ...................../0, d.d. .........., heeft de evaluatie vooral betrekking op het doel van deze module (art. 1, §1). De evaluatie in de GBC vindt plaats op basis van een door het gewest opgesteld evaluatieverslag.
§2. De Vlaamse minister bevoegd voor Openbare Werken/Mobiliteit kan de vereisten inzake de evaluatie nader omschrijven.
ARTIKEL 6. SANCTIES
Als een van de partijen de aangegane verbintenissen niet naleeft, kunnen de kosten, gedragen door de andere partijen, verhaald worden op de in gebreke blijvende partij.
ARTIKEL 7. DUUR VAN DE MODULE
De looptijd van een module 19 is 6 jaar. De data van begin en einde van de duur van deze module staan in de koepelmodule.
ARTIKEL 8. BIJLAGEN
De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. Als de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, krijgen de bepalingen van deze module voorrang.
BIJLAGEN
Bijlage 1: Afbakening van het studiegebied zoals goedgekeurd door de PAC (art. 1, §3).
Bijlage (nr.) ...... : .....................
(Nummer en benoem elke eventuele bijkomende bijlage)