MODELTEKST VOOR MODULE 01 - OPMAAK OF BIJSTURING VAN EEN (INTER)GEMEENTELIJK MOBILITEITSPLAN [06-03-2007]
MOBILITEITSCONVENANT
MODULE 1:
OPMAAK OF BIJSTURING VAN EEN (INTER)GEMEENTELIJK MOBILITEITSPLAN
(NIS-nr) /
(volgnummer koepelmodule) / 1 /
(volgnummer module)Datum van ondertekening:
ARTIKEL 1. VOORWERP VAN DEZE OVEREENKOMST
§1. Doelstelling en krachtlijnen.
Deze module heeft tot doel de lokale overheid financieel en methodologisch te ondersteunen bij de opmaak of de bijsturing van een (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan zoals bedoeld in art. 3 van het moederconvenant.
De lokale overheid zorgt voor de opmaak of de bijsturing van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan en kan daarvoor een beroep doen op een studiebureau. (Zie art. 3 voor alle verbintenissen van de lokale overheid).
Het gewest betaalt twee derde van de gemaakte kosten (met bepaalde maximumbedragen). (Zie art. 2 voor alle verbintenissen van het gewest).
§2. Begripsbepalingen.
| 1° |
Sneltoets: het instrument dat het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan toetst op zijn actualiteitswaarde en dat in een plan van aanpak definieert welke planningsactiviteiten eventueel nodig zijn om het plan bij te sturen. Die sneltoets wordt opgemaakt en bekrachtigd door de gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC). De provinciale auditcommissie (PAC) moet de sneltoets gunstig adviseren.
De sneltoets heeft 3 mogelijke uitkomsten:
- het beleidsscenario van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan moet worden geherdefinieerd en de strategische keuzes moeten worden bijgestuurd. Er wordt beslist het mobiliteitsplan grondig te vernieuwen. Deze beslissing wordt overgemaakt aan de vaste leden van de PAC.
- het beleidsscenario van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan wordt bevestigd, maar er wordt beslist een aantal aspecten en/of thema’s toe te voegen (verbreden) en/of verder uit te diepen (verdiepen), bijv. duurzaam parkeerbeleid, verkeersveiligheid, sluipverkeer, routes voor zwaar vervoer, het lokale fietsroutenetwerk, autoluwe kernen,…. De sneltoets met plan van aanpak wordt in aanwezigheid van de lokale overheid in de PAC besproken.
- het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan wordt bevestigd en kan verder worden uitgevoerd. De actietabel wordt geactualiseerd. De sneltoets en geactualiseerde tabel worden overgemaakt aan de vaste leden van de PAC.
|
| 2° |
Bijsturing: het kan gaan om
- vernieuwing van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan (als uitkomst van de sneltoets, zie art. 1, §2, 1°, a.)
De procedure voor Bijsturing - Vernieuwen kan worden opgestart. (Zie art. 1, §3, 3°)
- verbreding/verdieping van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan (als resultaat van de sneltoets, zie art. 1, §2, 1°, b.)
De procedure voor Bijsturing – Verbreden/verdiepen kan worden opgestart. (Zie art. 1, §3, 4°) |
| 3° |
Kosten:
- de factuur van het aangestelde studiebureau (inclusief btw);
en/of
- de personeelskost van de gemeentelijke mobiliteits- of planningsambtenaar die de planningsactiviteiten geheel of gedeeltelijk uitvoert en/of opvolgt van maximaal één jaar binnen de looptijd van het moederconvenant. De personeelskost bestaat uit:
- de totale bruto-loonkost (inclusief bedrijfsvoorheffing en sociale zekerheidsbijdragen);
- de omgeslagen werkingskost, die forfaitair wordt bepaald op 20% van de loonkost. Een weddestaat dient als bewijsstuk.
|
| 4° |
Duurzaam parkeerbeleid: omvat onder meer onderstaande punten.
- Gebieden en functies moeten multimodaal bereikbaar zijn.
- Parkeren is ondergeschikt aan het “STOP”-principe: comfortabele bereikbaarheid voor voetgangers, fietsers en openbaarvervoer-gebruikers primeert op autoparkeren.
- Duurzaam parkeren impliceert een bereikbaarheid waarbij overbodig en ongewenst autogebruik ontmoedigd wordt ten voordele van andere verplaatsingsmodi. Hiertoe worden “weerstanden” ingebouwd:
- In stedelijke centra zijn dat capaciteit, prijs, parkeerduur en loopafstanden.
- In landelijke gemeenten is de schaarste aan ruimte minder een probleem, maar wordt het parkeren getoetst aan “ruimtelijke kwaliteit”. De inrichting van de openbare ruimte komt eerst tegemoet aan de comforteisen voor voetgangers, fietsers, openbaarvervoergebruikers en activiteiten in het algemeen, en pas daarna in functie van parkeren.
- Voor de randgemeenten van/in een stadsgewest gelden beide bovenstaande regels, maar wordt vooral nagestreefd dat een groot (gratis) parkeeraanbod bij grootschalige functies (commercieel, dienstverlenend, tertiair,…) niet als concurrentie met analoge stedelijke functies wordt gehanteerd.
- Meervoudig gebruik van parkeerruimte. Gebiedsgericht optimaliseren van het gebruik van parkeervoorzieningen, rekening houdend met complementaire tijds-/gebruiksregimes.
- Parkeren, stallen en intermodaliteit. Een duurzaam parkeerbeleid behandelt uiteraard ook fietsparkeren en parkeervoorzieningen op intermodale knopen. Bijvoorbeeld: station, bushalte, P&R,…
- Evaluatie en monitoring van een duurzaam parkeerbeleid. Een duurzaam parkeerbeleid kan beoordeeld worden aan de hand van variabelen:
- evolutie in de modal split;
- kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte;
- doorstroming van het openbaar vervoer;
- verkeersveiligheid: afstanden tot kruispunten, aantal inritten, veiligheid in- en uitvoegbewegingen, ... ;
- … .
|
§3. Procedures.
| 1° |
Procedure voorafgaand aan het afsluiten van deze module.
- In geval van opmaak van een (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan wordt een moederconvenant afgesloten.
- De bijsturing van een (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan kan pas na een sneltoets die een bijsturing als uitkomst heeft.
|
| 2° |
Procedure voor de opmaak van een (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan.
- Er wordt gestart met de opmaak van een oriëntatienota. De oriëntatienota wordt ter conformverklaring voorgelegd aan de PAC.
- Na een gunstig advies op de oriëntatienota, wordt gestart met de opbouw van het plan. De synthesenota, die de afweging van de scenario’s weergeeft, wordt ter kennisgeving overgemaakt aan de PAC. De PAC kan nuttige informatie leveren voor de opmaak van het beleidsplan.
- Het beleidsplan wordt samen met de synthesenota ter conformverklaring voorgelegd aan de PAC.
|
| 3° |
Procedure voor Bijsturing – Vernieuwen van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan. De procedure verloopt identiek aan de procedure voor de opmaak van een nieuw mobiliteitsplan, maar er wordt gewerkt op de nota’s van het bestaande mobiliteitsplan.
|
| 4° |
Procedure voor Bijsturing – Verbreden/Verdiepen van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan. Er wordt gestart met het uitvoeren van de deelonderzoeken zoals vastgelegd in het plan van aanpak van de sneltoets. De resultaten worden ter conformverklaring voorgelegd aan de PAC. Na een gunstig advies, worden de resultaten toegevoegd en geïntegreerd in de synthesenota en het beleidsplan van het bestaande (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan. Het beleidsplan wordt samen met de synthesenota ter conformverklaring voorgelegd aan de PAC.
|
ARTIKEL 2. VERBINTENISSEN VANWEGE HET GEWEST
§1. Gewestbijdrage.
Het gewest betaalt twee derde van de gemaakte kosten (zoals bepaald in art. 1, §2, 3°) die gepaard gaan met de opmaak of de bijsturing van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan, met een maximum van.
- 30.000 euro per lokale overheid;
- 75.000 euro per lokale overheid in kleinstedelijk of regionaalstedelijk gebied (zoals bepaald in RSV);
- 150.000 euro per lokale overheid in grootstedelijk gebied (zoals bepaald in RSV).
Bij een intergemeentelijk mobiliteitsplan is de maximale gewestbijdrage gelijk aan de som van de maximale bijdrage per lokale overheid.
§2. Uitbetaling.
De gewestbijdrage wordt in één keer uitbetaald aan de lokale overheid nadat de PAC het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan conform verklaard heeft en na ontvangst van de betalingsaanvraag.
§3. Begeleiding en coherentiebewaking.
Het gewest begeleidt de opmaak of de bijsturing van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan en bewaakt de coherentie (in methodiek en visie) ervan tussen de verschillende beleidsniveaus.
ARTIKEL 3. VERBINTENISSEN VANWEGE DE LOKALE OVERHEID
§1. Mobiliteitsplan.
De lokale overheid stelt bij de inwerkingtreding van deze module het in art. 1 vermelde mobiliteitsplan op of stuurt het bij. De lokale overheid kan hiervoor een overeenkomst afsluiten met een studiebureau.
De lokale overheid zorgt ervoor dat het parkeerplan dat als onderdeel van het mobiliteitsplan vermeld wordt in het moederconvenant, een duurzaam parkeerbeleidsplan is.
§2. Gemeenteraadsbesluit.
De lokale overheid neemt een gemeenteraadsbesluit tot goedkeuring van het nieuwe of bijgestuurde (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan, en dit uiterlijk 2 maanden na het conform verklaren van het mobiliteitsplan door de PAC.
§3. Kosten voor de lokale overheid.
De lokale overheid betaalt de kosten, verminderd met de gewestbijdrage, voor de opmaak of de bijsturing van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan.
§4. Betalingsaanvraag.
Met het oog op het krijgen van de gewestbijdrage zoals bepaald in art. 2, §1, stuurt de lokale overheid een door haar ondertekende betalingsaanvraag naar het gewest, bestaande uit:
| 1° |
schuldvordering van de lokale overheid ten laste van het gewest (= eindafrekening) met vermelding van het rekeningnummer waarop het bedrag moet worden gestort;
|
| 2° |
kopie van de ondertekende module 1;
|
| 3° |
kopie van de ereloonovereenkomsten met het studiebureau;
|
| 4° |
collegebeslissing tot gunning aan het studiebureau (uittreksel uit register der raadsbeslissingen);
|
| 5° |
kopie van de sneltoets en het advies van de auditor op de sneltoets;
|
| 6° |
kopie van de adviezen van de auditor voor de verschillende procedureel vereiste fasen van de opmaak of bijsturing van het (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan;
|
| 7° |
kopie van de betalingsaanvraag (= schuldvordering) van het studiebureau;
|
| 8° |
gemeenteraadsbesluit tot goedkeuring van het nieuwe of bijgestuurde (inter)gemeentelijk mobiliteitsplan (zie art. 3, §2).
|
| 9° |
Als ook een betalingsaanvraag voor de gemeentelijke mobiliteitsambtenaar ingediend wordt, moet worden aangetoond dat beide aanvragen samen de maximale gewestbijdrage niet overstijgen. |
ARTIKEL 4. VERBINTENISSEN VANWEGE DE VVM
§1. Advies over ontwerp.
De VVM adviseert de andere partijen bij het in art. 1 vermelde mobiliteitsplan.
ARTIKEL 5. EVALUATIE
De Vlaamse minister bevoegd voor Openbare Werken/Mobiliteit kan de vereisten inzake de evaluatie nader omschrijven.
ARTIKEL 6. SANCTIES
Als een van de partijen de aangegane verbintenissen niet naleeft, kunnen de kosten die door de andere partijen worden gedragen, verhaald worden op de in gebreke blijvende partij.
ARTIKEL 7. DUUR VAN DE MODULE
De looptijd van een module 1 is 6 jaar. De data van begin en einde van de duur van deze module staan in de koepelmodule.
ARTIKEL 8. BIJLAGEN
(Te schrappen indien niet van toepassing)
De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Als de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, dan krijgen de bepalingen van deze module voorrang.
BIJLAGEN
Bijlage
(nr.) ...... : .....................
(Nummer en benoem elke eventuele bijkomende bijlage)