MODELTEKST VOOR MODULE 10 - HERINRICHTING VAN EEN SCHOOLBUURT AAN OF IN DE NABIJHEID VAN EEN GEWESTWEG. [06-03-2007]
MOBILITEITSCONVENANT
MODULE 10:
HERINRICHTING VAN EEN SCHOOLBUURT AAN OF IN DE NABIJHEID VAN EEN GEWESTWEG
(NIS-nr) / (volgnummer koepelmodule) / 10 / (volgnummer module)Datum van ondertekening:
ARTIKEL 1. VOORWERP VAN DEZE OVEREENKOMST
§1. Doelstelling en krachtlijnen.
Met deze module verbinden de partijen zich tot een herinrichting van een schoolbuurt aan of in de nabijheid van een gewestweg
- om de verkeersveiligheid voor de scholieren te verbeteren;
- om hun verplaatsingen te voet, met de fiets, bus, tram, trein of carpool te bevorderen;
- om een evenwicht na te streven tussen de verschillende categorieën verkeersdeelnemers.
Concreet betekent dat onder meer: snelheidsbeheersing, verbetering van de oversteekbaarheid, bescherming van de voetgangers en de fietsers, en veilige in- en uitstapmogelijkheden voor scholieren die met bus of tram komen of die met de auto worden gebracht.
De herinrichting moet gerealiseerd worden zonder het parkeeraanbod te verruimen en mag geen ingrepen bevatten die in hoofdzaak het wegbeeld verfraaien of vooral de commerciële context verbeteren.
De lokale overheid zorgt voor het ontwerp en de aanleg van de herinrichting van de schoolbuurt(en) vermeld in art. 2, §1. (Zie artikel 3 voor alle verbintenissen van de lokale overheid.)
Het gewest betaalt 100% van de reële kostprijs op het domein van het gewest, en, in geval van een herinrichting van een schoolbuurt in de nabijheid van een gewestweg, ook 50% van de reële kostprijs op het domein van de lokale overheid of de provincie. (Zie artikel 2 voor alle verbintenissen van de lokale overheid.)
§2. Begripsbepalingen.
| 1° |
School: elke vestigingsplaats van een onderwijsinstelling voor basisonderwijs (kleuter- en/of lagere school) en/of secundair onderwijs. |
| 2° |
Schooltoegang: in- en/of uitgang die een groot deel van de scholieren elke schooldag gebruikt om de school binnen te gaan en/of te verlaten. Als de school meerdere schooltoegangen heeft, kan rond elke schooltoegang een schoolbuurt afgebakend worden (zoals in punten 3° en 4° hieronder beschreven). Zijn er verschillende vestigingsplaatsen in niet op elkaar aansluitende schoolbuurten, dan wordt per vestigingsplaats een module 10 afgesloten. |
| 3° |
School aan een gewestweg: school met een schooltoegang aan een gewestweg. Schoolbuurt aan een gewestweg:
| a. |
het wegvak van de gewestweg dat als 'schoolomgeving' afgebakend is met de verkeersborden F4a-A23 en F4b, zoals bepaald in het Belgisch verkeersreglement. Als de afstand tussen die borden groter is dan 300 meter, dan wordt de betaling door het gewest beperkt tot de herinrichting van het wegvak tot op maximaal 150 meter aan weerszijden van de schooltoegang. |
| b. |
het wegvak van de gewestweg tot maximaal 150 meter aan weerszijden van de schooltoegang,
- als er geen verkeersborden F4a-A23 en F4b geplaatst werden;
of
- als het wegvak een onderdeel is van een zone 30 afgebakend met de borden F4a-F4b.
| Als er een trapsgewijze snelheidsvermindering van meer dan 20 km/uur (van 70 naar 30 km/uur) moet afgedwongen worden in de naderingszone naar de schoolbuurt, kunnen in de naderingszone(s) bijkomende herinrichtingswerken over maximaal 25 meter aan weerszijden van (en al dan niet direct aansluitend aan) de schoolbuurt door het gewest betaald worden. |
| 4° |
School in de nabijheid van een gewestweg: school waarvan de schooltoegang aan een gemeente- of provincieweg ligt en waarvan die schooltoegang op maximaal 200 meter van de gewestweg ligt (afstand gemeten over het openbaar domein). Schoolbuurt in de nabijheid van een gewestweg:
- het kruispunt van de gewestweg met de gemeente- en/of provincieweg (die naar de schooltoegang leidt)
en
- de gemeente- en/of provincieweg vanaf de gewestweg tot maximaal 25 meter voorbij de schooltoegang.
Als er meerdere routes (van maximaal 200 m) langs gemeente en/of provinciewegen vanaf de schooltoegang naar de gewestweg leiden, dan kunnen eventueel twee of meer van die routes naar en kruispunten op de gewestweg in aanmerking komen voor herinrichting. |
| 5° |
Herinrichting: herinrichting bestaande uit gerichte, relatief kleinschalige ingrepen om de doelstellingen te realiseren die vermeld staan in art. 1, §1.
| a. |
Ingrepen die het gewest betaalt (voor 100 of 50%):
- verhoogde inrichting;
- rijbaanversmalling of asverschuiving;
- verkeerstekens: wegmarkering, verkeersborden (al dan niet variabel), verkeerslichten (inbegrepen de verbeteringen ten bate van blinden en slechtzienden);
- paaltjes, hekken, …. die de verkeersveiligheid ten goede komen;
- lineaire wegelementen (trottoirbanden, …);
- aandachtsportiek bij een oversteekplaats met verkeerstekens F49 en/of geconcentreerde verlichting;
- aanleg van 'kiss-and-ridezone';
- bus- en tramhalte;
- aanleg of herinrichting van een schoolpleintje dat hoofdzakelijk de toegang tot de school veiliger maakt;
- aanleg of verbetering van fietspaden in een van de rijbaan onafhankelijke bedding of in een schoolbuurt waar geen permanente zone 30 geldt;
- uitstulpingen van de stoepen ter hoogte van een oversteekplaats;
- groen buiten de bebouwde kom op het gewestdomein;
- e.d.
|
| b. |
Ingrepen die het gewest niet betaalt:
- stoepen, straatmeubilair (uitgezonderd paaltjes, hekken,… die de verkeersveiligheid ten goede komen);
- groen binnen de bebouwde kom op het gewestdomein;
- halteaccommodatie voor het door de VVM georganiseerd vervoer;
- fietsenstalling;
- e.d.
| Kunnen niet als gerichte, relatief kleinschalige ingrepen worden beschouwd:
|
- ingrepen die de inrichtingsprincipes van de categorie van de weg overtreffen;
- vervanging van de volledige wegconstructie (nieuwe onderfundering + fundering + verharding) over de volledige oppervlakte van de schoolbuurt;
- ingrijpende wijziging van het volledige lengteprofiel;
- wijziging van het volledige tracé van de weg;
- aanleg van of aanpassing aan DWA-riolering en het percentage in de RWA-riolering dat niet ten laste valt van het gewest;
- herinrichting van een plein waarbij de klemtoon ligt op de verfraaiing en die slechts in ondergeschikte orde de toegang tot de school verbetert;
- gebruik van luxematerialen;
- e.d.
|
| 6° |
Reële kostprijs omvat de volgende onderdelen:
- studiekosten (met KVIV-barema's als maximum) uitgevoerd door het studiebureau (met btw) en/of de lokale overheid (zonder btw), onder andere:
- start- en projectnota (redactie, toelichting, eventuele aanpassingen) en alle studievereisten m.b.t. het ontwerp;
- topografische opmetingen;
- plans van de bestaande toestand;
- eventueel grondonderzoek;
- samenstelling van het technische gedeelte van eventuele onteigeningsdossiers (plan, opzoekingen, tabel, opstallen, bodemattesten, terreinmarkering en documentatie over de onteigeningen zoals foto's);
- uitvoeringsplans;
- bijzonder bestek;
- dossier bouwaanvraag;
- gunningsprocedure;
- toezichtskosten uitgevoerd door het studiebureau (met btw) en/of de lokale overheid (zonder btw):
- werftoezicht inclusief proefkosten;
- voorlopige en definitieve oplevering;
- kosten van de werken voor de herinrichting (volgens inschrijvingsprijs van de aannemer) die in aanmerking komen voor betaling door het gewest (zie art. 1, §2, 5°, a);
- prijsherzieningen, eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken;
- btw.
|
§3. Procedure voorafgaand aan de ondertekening van deze module.
De lokale overheid stelt een startnota op over het project (zie art. 3, §3). Over deze startnota moet binnen de gemeentelijke begeleidingscommissie (GBC) naar een consensus gestreefd worden. Vervolgens moet ze door de provinciale auditcommissie (PAC) conform verklaard worden met het gemeentelijk mobiliteitsplan en het Vlaams mobiliteits- en verkeersveiligheidsbeleid.
Daarna wordt een projectnota opgesteld (zie art. 3, §3). Over die projectnota moet binnen de GBC naar een consensus gestreefd worden. Pas als die projectnota door de PAC conform verklaard is, kan de module ondertekend worden en kan de lokale overheid de aanbesteding aankondigen.
De start- en projectnota en de conformverklaringen worden als bijlage bij deze module gevoegd.
ARTIKEL 2. VERBINTENISSEN VANWEGE HET GEWEST
§1. Afbakening van de schoolbuurt(en) en bepaling van de gewestbijdrage.
- Voor de herinrichting van de schoolbuurt aan de gewestweg N ......, tussen kilometerpunt ........ en kilometerpunt ........,
(Herhaal als de school meerdere schooltoegangen in dezelfde schoolbuurt of in op elkaar aansluitende schoolbuurten aan de gewestweg heeft)
betaalt het gewest 100% van de reële kostprijs, uitgezonderd de kosten die de lokale overheid voor haar rekening neemt zoals bepaald in art. 3 §11;
of/en
- voor de herinrichting van de schoolbuurt in de nabijheid van de gewestweg N ......, meer bepaald:
- het kruispunt met de gewestweg aan kilometerpunt ........
- en op gemeentelijk en/of provinciaal domein de
(naam gemeente-/provincieweg(en)) ...............,
en dit over een afstand van ........ m (= afstand vanaf het kruispunt tot de schooltoegang + 25 m),
(Herhaal indien nodig)
betaalt het gewest 100% van de reële kostprijs voor de herinrichting van het kruispunt op de gewestweg en 50% van de reële kostprijs voor de herinrichting op het domein van de lokale overheid of van de provincie, uitgezonderd de kosten die de lokale overheid voor haar rekening neemt zoals bepaald in art. 3, §11.
§2. Uitbetaling.
Al naargelang de schoolbuurt binnen of (deels)buiten de bebouwde kom ligt, betaalt het gewest in twee of drie schijven uit.
- Een eerste schijf ten belope van de studiekosten en de helft van de kosten van de werken (volgens inschrijvingsprijs van de aannemer), inclusief btw, wordt uitbetaald bij de betekening van de opdracht aan de aannemer van de werken.
- Een tweede schijf ten belope van het saldo van de kosten van de werken, de toezichtskosten, prijsherzieningen, eventuele verrekeningen, bijakten of bijwerken en btw, wordt betaald op basis van de goedgekeurde eindafrekening na de voorlopige oplevering van de werken.
- Een (eventuele) derde schijf omvat de kosten van het onderhoud van het groen gedurende de waarborgtermijn, aangeplant op het domein van het gewest, buiten de bebouwde kom. Die schijf wordt uitbetaald na de definitieve oplevering van de werken.
§3. Overlegvergaderingen.
Het gewest neemt deel aan overlegvergaderingen die de lokale overheid organiseert ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier. Hiervoor wijst het gewest een verantwoordelijke ambtenaar aan.
§4. Onteigeningen.
Het gewest stelt het ministerieel besluit op voor de onteigeningen langs de gewestweg en betaalt de onteigenden en de andere rechthebbenden (pachters, huurders, …).
§5. Verplaatsen van leidingen en installaties op het gewestdomein.
Als er leidingen of installaties op het domein van het gewest verplaatst moeten worden, geeft het gewest daartoe het bevel aan de vergunninghoudende nutsmaatschappijen. Gelijktijdig bezorgt het gewest aan de lokale overheid of de provincie ter informatie een afschrift van het bevel tot verplaatsing. De bij wet of decreet geregelde subsidies aan bepaalde vergunninghouders worden door het gewest uitbetaald.
§6. Onderhoud van het groen op het domein van het gewest, buiten de bebouwde kom.
Het gewest zorgt voor het onderhoud van het groen langs de gewestweg, buiten de bebouwde kom, vanaf de datum van de definitieve oplevering.
ARTIKEL 3. VERBINTENISSEN VANWEGE DE LOKALE OVERHEID
§1. Effectieve realisatie en financieringsplan.
De lokale overheid neemt alle organisatorische en budgettaire maatregelen opdat het project op korte termijn wordt gerealiseerd.
Een financieringsplan wordt als bindende overeenkomst als bijlage aan de module toegevoegd.
§2. Overlegvergaderingen.
De lokale overheid organiseert overlegvergaderingen ten behoeve van het projectmanagement en de kwaliteitsbewaking van het dossier. Hiervoor wijst de lokale overheid een verantwoordelijke ambtenaar aan. De lokale overheid kan hiervoor ook een beroep doen op een extern studiebureau.
§3. Start- en projectnota.
De lokale overheid staat in voor het opstellen van de startnota, de projectnota en de toelichting van beide nota's voor de PAC. De lokale overheid kan hiervoor een beroep doen op een extern studiebureau. De
startnota omvat minstens:
| 1° |
probleem- en doelstellingen; |
| 2° |
ruimtelijke en de verkeerskundige analyse; |
| 3° |
randvoorwaarden; |
| 4° |
visie van de partners en actoren; |
| 5° |
mogelijke oplossingsrichtingen met hun effecten; |
| 6° |
afweging en keuze van de oplossing; |
| 7° |
verdere procedure; |
| 8° |
kostenraming (opgesteld volgens het Model Kostenraming Module 10); |
| 9° |
informatief gedeelte van het schoolvervoerplan (zie art. 4, §2); |
| 10° |
verslag(en) van de GBC. |
De projectnota omvat minstens:
| 1° |
korte recapitulatie van de startnota met de eventuele gewijzigde elementen; |
| 2° |
detaillering en verantwoording van de gekozen oplossing met ontwerpplan(nen); |
| 3° |
gedetailleerde kostenraming gebaseerd op de 'samenvattende opmeting' van het project, uitgesplitst per partij; |
| 4° |
te nemen flankerende maatregelen ter ondersteuning van het project; |
| 5° |
het actieplan van het schoolvervoerplan (zie art. 4, §2); |
| 6° |
verslag(en) van de GBC. |
§4. Ontwerp.
De lokale overheid zorgt voor het volledige ontwerp. De lokale overheid kan hiervoor voor een deel of voor het geheel een beroep doen op een extern studiebureau.
De lokale overheid houdt zich aan de richtlijnen en aanbevelingen uit onder meer de publicaties
Schoolroutes en schoolomgeving, Naar een integraal en toegankelijk openbaar domein en de vademecums Verkeersvoorzieningen in bebouwde omgeving, Fietsvoorzieningen, Voetgangersvoorzieningen , e.d.
De lokale overheid consulteert over het ontwerp de inrichtende macht en/of de directie van de school, de VVM en de buurtbewoners.
§5. Terbeschikkingstelling of onteigening van onroerende goederen.
De lokale overheid draagt de onroerende goederen die ze al bezit langs de
gewestweg en die nodig zijn voor de herinrichting kosteloos over aan het gewest en stelt ze ter beschikking voor de herinrichting.
De lokale overheid stelt het technische gedeelte op van het onteigeningsdossier langs de gewestweg(en).
De lokale overheid stelt onroerende goederen die ze al bezit langs de gemeenteweg en die nodig zijn voor de herinrichting kosteloos ter beschikking.
De lokale overheid onteigent de noodzakelijke onroerende goederen langs de gemeenteweg(en) en vergoedt de onteigenden en andere rechthebbenden.
De lokale overheid neemt ten aanzien van de aangelanden initiatieven die kunnen bijdragen tot de snellere onteigening van onroerende goederen.
De lokale overheid kan voor onteigeningsdossiers en de hierboven vermelde initiatieven een beroep doen op een extern studiebureau.
§6. Verplaatsen van leidingen en installaties.
De lokale overheid geeft bevel tot verplaatsing aan de vergunninghoudende maatschappijen, van wie installaties en leidingen moeten worden verplaatst.
§7. Bouwaanvraag.
De lokale overheid stelt het dossier bouwaanvraag samen en dient de aanvraag in bij de bevoegde instantie. De lokale overheid treedt op als bouwheer.
§8. Aanbesteding van en toezicht op de herinrichtingswerken.
De lokale overheid staat in voor de aanbesteding van en het toezicht op de herinrichtingswerken. De lokale overheid kan hiervoor een beroep doen op een extern studiebureau.
De lokale overheid is bewaarder van de schoolbuurt op het gewestelijk domein vanaf het begin van de werken tot de voorlopige oplevering van de werken. De lokale overheid staat toe dat het gewest de werfvergaderingen bijwoont, de werf bezoekt en deelneemt aan het toezicht op de werken.
De lokale overheid staat de voorlopige en definitieve oplevering van de werken alleen toe na goedkeuring van de werken door het gewest.
§9. Belangrijke datums doorgeven.
De lokale overheid informeert het gewest over de datum van de gunning en de datum van de voorlopige oplevering van de werken.
§10. VVM verwittigen.
De lokale overheid verwittigt de VVM minstens 2 maanden voor de aanvang van de werken over de geplande tijdsduur, de precieze locatie van de werken en de geplande wegomleggingen.
§11. Kosten.
De lokale overheid neemt de volgende kosten voor haar rekening:
| 1° |
levering, plaatsing van nieuwe stoepen op het domein van het gewest en onderhoud ervan tot het einde van de looptijd van de module; |
| 2° |
levering, plaatsing van het straatmeubilair (uitgezonderd paaltjes, hekken, …. die de verkeersveiligheid ten goede komen) op het domein van het gewest en het onderhoud ervan tot het einde van de looptijd van de module; |
| 3° |
levering, aanplanting van het groen binnen de bebouwde kom op het domein van het gewest en het onderhoud ervan tot het einde van de looptijd van de module. (De lokale overheid moet dus geen kosten betalen voor het groen op het gewestdomein buiten de bebouwde kom); |
| 4° |
eventueel ingrepen die niet in aanmerking komen voor betaling door het gewest (zie art. 1, §2 Begripsbepalingen, 5°); |
en, als het gaat om een schoolbuurt in de nabijheid van een gewestweg, ook:
| 5° |
levering, plaatsing en onderhoud van nieuwe stoepen op het domein van de lokale overheid of de provincie; |
| 6° |
levering, plaatsing en onderhoud van het straatmeubilair op het domein van de lokale overheid of de provincie; |
| 7° |
levering, aanplanting en onderhoud van het groen op het domein van de lokale overheid of de provincie; |
| 8° |
de onteigeningen op het domein van de lokale overheid (Het opstellen van onteigeningsdossiers wordt wel als een deel van de reële kostprijs beschouwd, zie art. 1, §2, 6°); |
| 9° |
50% van de reële kostprijs van de herinrichting op het domein van de lokale overheid of de provincie; |
| 10° |
het verplaatsen van de nutsleidingen langs gemeentewegen, voor zover die kosten niet gedragen worden door de vergunninghoudende maatschappijen zelf. |
§12. Aanvullend verkeersreglement en doorstroming bus en tram.
De lokale overheid stelt vóór de ingebruikneming van de heringerichte schoolbuurt een ontwerp van aanvullend verkeersreglement vast ter ondersteuning van deze module.
De lokale overheid zorgt ervoor dat het aanvullend verkeersreglement de doorstroming van bus en tram niet hindert.
De lokale overheid brengt de VVM op de hoogte van het ontwerp van aanvullend verkeersreglement als dat reglement enige invloed zou kunnen hebben op het door de VVM georganiseerde vervoer. In dat geval wordt het ontwerp van aanvullend verkeersreglement voor advies aan de VVM meegedeeld. De lokale overheid wacht op het advies van de VVM (zie art. 5, §3 voor de termijn waarbinnen de VVM het advies moet verlenen) vooraleer het te laten bekrachtigen door de gemeenteraad.
§13. Stedenbouwkundige maatregelen.
Binnen het kader van haar bevoegdheid treft de lokale overheid de passende stedenbouwkundige maatregelen met betrekking tot de heringerichte schoolbuurt om het doel van deze module (art. 1, §1) te ondersteunen. De lokale overheid treft geen stedenbouwkundige maatregelen die afbreuk zouden doen aan het doel van deze module.
Met stedenbouwkundige maatregelen worden bedoeld:
- adviezen over gewestelijke en provinciale ruimtelijke plannen;
- het vaststellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen;
- het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen;
- het afleveren van de vergunningen zoals bedoeld onder titel III van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening.
De ondersteunende stedenbouwkundige maatregelen worden getroffen door de gemeenteraad en/of het college van burgemeester en schepenen in uitvoering van het hierboven genoemde decreet houdende organisatie van de ruimtelijke ordening.
ARTIKEL 4. VERBINTENISSEN VANWEGE DE SCHOOL
§1. Advies over ontwerp.
De school adviseert de lokale overheid bij het maken van het ontwerp.
§2. Schoolvervoerplan.
De school stelt een schoolvervoerplan op met een visie op korte en lange termijn en een reeks concrete acties op het vlak van informatie, vervoersorganisatie en sensibilisatie in samenwerking met de schoolraad en/of ouders. De school kan hiervoor een beroep doen op een door de lokale overheid aangesteld studiebureau.
Er wordt in het schoolvervoerplan onder meer aandacht geschonken aan het organiseren van de toegangen tot de school, het op- en afhalen van de scholieren, voldoende en veilige fietsstallingen, het halteren van de schoolbus, het begeleiden van de scholieren naar de dichtstbijzijnde halte van bus, tram of trein, de inzet van gemachtigde opzichters, het langparkeren van de leerkrachten en het organiseren van een carpool, voetpool en/of fietspool. Er wordt aandacht geschonken aan niet-infrastructurele maatregelen zoals informatie, advies, sensibilisatie, transportgebonden producten en diensten.
Het informatieve gedeelte van het schoolvervoerplan (met name het overzicht van de knelpunten in de schoolbuurt, op de schoolroutes en in de vervoersvraag) wordt als onderdeel van de startnota aan de PAC voorgelegd.
Het actieplan van het schoolvervoerplan (met name de concrete acties op het vlak van vervoersorganisatie, informatie, sensibilisatie en educatie) wordt als onderdeel van de projectnota aan de PAC voorgelegd.
§3. Acties.
De school organiseert in samenwerking met de ouders periodieke sensibiliseringsacties ter ondersteuning van het schoolvervoerplan.
ARTIKEL 5. VERBINTENISSEN VANWEGE DE VVM
§1. Advies over ontwerp.
De VVM adviseert de andere partijen over het ontwerp van de herinrichting m.b.t het door de VVM georganiseerde vervoer.
§2. Maatregelen tijdens de werken.
De VVM treft voor de duur van de werken de nodige maatregelen met betrekking tot de reisroutes, de halte-inplantingen, het aanpassen van de dienstregelingen en het informeren van de gebruikers van het door de VVM georganiseerde vervoer.
§3. Advies over aanvullend verkeersreglement.
De VVM verleent voorafgaand advies over het ontwerp van aanvullend verkeersreglement (zie art. 3, §12).
De VVM verleent dat advies uiterlijk drie weken (21 kalenderdagen) na ontvangst van het ontwerp van aanvullend verkeersreglement. Komt er geen advies van de VVM binnen die termijn, dan wordt het advies van de VMM geacht positief te zijn.
§4. Schoolvervoerplan.
De VVM gaat in het kader van netmanagement na hoe ze tegemoet kan komen aan de openbaarvervoervragen die blijken uit het schoolvervoerplan.
ARTIKEL 6. EVALUATIE
§1. Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel "Evaluatie" in het moederconvenant
(NIS-nr) ...................../0, d.d. .........., heeft de evaluatie vooral betrekking op het doel van deze module (art. 1, §1). De evaluatie door de GBC vindt plaats op basis van een door de lokale overheid opgesteld evaluatieverslag. §2. De Vlaamse minister bevoegd voor Openbare Werken/Mobiliteit kan de vereisten inzake de evaluatie nader omschrijven.
ARTIKEL 7. SANCTIES
§1. Als het gewest de verbintenissen uit artikel 2 van deze module niet naleeft, kan de lokale overheid de kosten die voorvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 3 van deze module, op het gewest verhalen. §2. Als de lokale overheid de verbintenissen uit artikel 3 van deze module niet naleeft, kan het gewest de kosten die voortvloeien uit de verbintenissen die werden aangegaan in artikel 2 van deze module, op de lokale overheid verhalen.
ARTIKEL 8. DUUR VAN DE MODULE
De looptijd van een module 10 is 6 jaar. De data van begin en einde van de duur van deze module staan in de koepelmodule.
Het gewest en de lokale overheid kunnen een overeenkomst afsluiten over het onderhoud na de looptijd van de module van:
stoepen en straatmeubilair;
het groen binnen de bebouwde kom op het domein van het gewest.
ARTIKEL 9. BIJLAGEN
De bijlagen omvatten concrete afspraken en richtlijnen. Ze maken integraal deel uit van deze module. De inhoud van deze bijlagen kan niet strijdig zijn met de module. Als de bijlagen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze module, dan krijgen de bepalingen van deze module voorrang.
BIJLAGEN
Bijlage 1: startnota (art. 3, §3)
Bijlage 2: conformverklaring van de startnota (art. 1, §3)
Bijlage 3: projectnota (art. 3, §3)
Bijlage 4: conformverklaring van de projectnota (art. 1, §3)
Bijlage 5: financieringsplan van de lokale overheid (art. 3, §1)
Bijlage (nr.) ...... : ..................... (Nummer en benoem elke eventuele bijkomende bijlage)